13/10/1626, 1

13/10/1626, 1

11 De gedeputeerden te velde antwoorden d.d. 8 okt. op de brief van HHM d.d. 3 okt. dat Ernst Casimir en zij het onverstandig vinden soldaten naar de Deense koning te sturen omdat de vijand zich nog dagelijks versterkt. Nu ook de dienst van de vier Engelse regimenten afloopt, dienen de garnizoenen een zo goed en veilig mogelijke bezetting te hebben.
Het schrijven is meegedeeld aan en besproken met de RvS die de aangevoerde redenen pregnant acht en nog aanvult dat, nu de winter nadert en de rivieren kunnen dichtvriezen, de soldaten voor de landsverdediging niet gemist kunnen worden. Het verzoek zal dus beleefd geweigerd kunnen worden, maar men moet wel overwegen welk belang de steden aan de Noordzee en aan de Oostzee voor deze Republiek hebben. In het geval die aan de keizer komen, zou deze de mogelijkheid hebben zowel de handel af te snijden als vanuit zee uitvallen te doen, hetgeen de ondergang van deze landen met zich mee zal brengen. Als de Deense koning, na die van Frankrijk en Engeland, ook de steun van de Republiek moet ontberen en dus door iedereen wordt verlaten, zal hij wellicht tot een uiterst schadelijk akkoord met generaal Tilly geraken. De weg tot inlijving van de zeehavens ligt dan open en de vijand kan dan al zijn macht ter zee en te land over de Republiek uitstorten. Men acht het dus onraadzaam het secours ten enenmale en subiet te weigeren, maar vindt het beter een ontwijkend antwoord te verstrekken aan de Deense ambassadeur. Zo kan voorlopig geantwoord worden dat er geen volk aan het leger onttrokken mag worden zolang dat nog te velde is. Ook kan men wijzen op het risico van een tegenmaatregel bij zending van voetvolk. Als de vijand evenveel soldaten naar Tilly stuurt, heeft Z.M. eerder last dan profijt van het secours. Desalniettemin zou de zaak in nader beraad genomen kunnen worden als het leger opbreekt.
Dit wordt beschouwd als een verstandiger antwoord omdat het tijdwinst oplevert en er dus nog afgewacht kan worden of de Engelse koning besluit de vier Engelse regimenten naar Christiaan IV te sturen. Men zal de Deense ambassadeur niettemin laten weten dat de vier regimenten zullen moeten worden afgedankt en eventueel in dienst van de Deense koning aangenomen zouden kunnen worden.
Rantwijck en Noortwijck zullen dit voorlopige antwoord aan de Deense ambassadeur bekendmaken.

1 Deze resolutie is door een klerk ingeschreven in S.G. 3906.