15/10/1626, 16

15/10/1626, 16

161 Griffier Aerssen heeft uiteengezet hoe hij circa dertig jaar geleden in opdracht van HHM uit handen van de toenmalige generaalmeesters van de Munt de gouden en zilveren essays en cisailles, inclusief hun kornetten, ter bewaring heeft ontvangen. Hij heeft uitgelegd waarom hij werd verplicht de essays in de vergadering van HHM te laten zien. De huidige generaalmeesters is, op hun verzoek, vervolgens toegestaan de essays in dienst van het land te gebruiken op voorwaarde dat zij die daarna weer in bewaring zouden geven. Daartoe zijn zij tot drie keer toe opgeroepen, maar dat heeft niets opgeleverd aangezien de generaalmeesters de essays, zonder enige vorm van toestemming, voor conversie naar de munt te Dordrecht hebben gestuurd. De muntmeester aldaar heeft de waarde moeten schatten aangezien de generaalmeesters de essays niet hadden gewogen en gewaardeerd, hetgeen ongehoord genoemd mag worden. Aerssen heeft HHM dan ook verzocht toe te zien op een gebruik van de essays in dienst van het land en conform hun bedoelingen. Hij verzoekt hem eervol te ontslaan van zijn bewaartaak aangezien hij zich daartoe niet meer geschikt acht. Hij vraagt de armen te gedenken.
Alvorens te beslissen laten HHM de cisailles schatten op grond van het door de generaalmeesters verstrekte ontvangstbewijs.

1 Deze resolutie is door een klerk ingeschreven in S.G. 51.