27/10/1626, 1

27/10/1626, 1

1 Opnieuw compareren de gedeputeerden van het College van de Grote Visserij . Zij adviseren de reders van de teruggekeerde buizen en haringschepen de proviand van de op die vaartuigen gevangengenomen stuurlieden en bootsgezellen te laten bekostigen. Voor de gevangenen van de in de grond geboorde en verbrande schepen zouden de steden in de eerste plaats de vrienden van de gevangenen moeten aanspreken. Het restant zou door de stadskantoren moeten worden opgebracht, in aftrek van de consenten. Van de Grote Visserij kan geen bijdrage aan de kosten worden verwacht, het zou haar ondergang betekenen.
HHM stellen de besluitvorming uit.