27/10/1626, 6

27/10/1626, 6

6 De Rotterdamse raden ter Admiraliteit Heeckeren, Ruisch en Colster en de fiscaal van dat College, Van den Broeck, compareren. Zij overhandigen een schrijven van hun Admiraliteit d.d. 24 okt. waarin Arent Bischop, burger van Rotterdam, en Jan Arents van IJck, burger van Rotterdam en ook raad en schepen van Schieland, worden genomineerd voor het vacerende ontvangerschap. Zij verzoeken de functies van ontvanger-generaal en konvooimeester te scheiden aangezien de ontvanger meer dan twintig kantoren onder zich heeft. Zijn dagelijkse werk aan betalingen en ontvangsten is zo veelomvattend dat ook nu de functies gecombineerd zijn de taken van de konvooimeester al door een commies worden uitgevoerd. Een scheiding van functies vereist bovendien geen nieuwe traktementen omdat die altijd al per functie waren vastgesteld. Een aparte konvooimeester zal ook veel beter in staat zijn de maandelijkse staten op te stellen. Een verhoging van het traktement behoeft niet te worden toegestaan aangezien de functie grote emolumenten met zich meebrengt. Tot slot vragen de heren, onder uitvoerige toelichting, een verhoging van hun eigen traktement en huishuur.
HHM hebben de comparanten de redenen tegen de gevraagde verhoging voorgelegd. Echter, om een passend besluit te kunnen nemen, willen HHM zowel het punt van de scheiding van functies als dat van de verhoging door hen op schrift gesteld hebben. Zij kiezen Jan Arents van IJck tot ontvanger-generaal en houden de beslissing over het konvooimeesterschap in beraad.