14/11/1626, 13

14/11/1626, 13

13 Het antwoord aan de ambassadeur van de Deense koning, waarin HHM de levering van volk aan Z.M. excuseren, is opgesteld. 1
Naar aanleiding van de op 3 okt. ontvangen brief van de koning van Denemarken en hetgeen daarna door zijn ambassadeur Thomassen naar voren is gebracht, verklaren HHM dat zij niets liever zouden willen dan het heldhaftig optreden van Z.M. met troepen ondersteunen. Niet alleen de Republiek maar ook de vrijheid van Duitsland hangt af van het behoud van het Deense leger. De onderdrukking door de Spaanse monarchie zou vrij baan krijgen bij een ontbinding van dat leger. Echter, gezien de strijd die deze staat tot nu toe moet leveren tegen een machtiger leger dan het zijne, zal Z.M. begrijpen dat het de Republiek onmogelijk is zichzelf te verzwakken. Bovendien zal het ertoe leiden dat de vijand in elk geval een gelijk aantal soldaten naar Tilly stuurt. Door de vijand met de strijd alhier op te houden en af te houden van het sturen van volk naar Duitsland is iedereen beter geholpen. De vijand heeft daardoor zelfs al enkele ruitercompagnieën van Tilly moeten betrekken.
Eventueel zou versterking gestuurd kunnen worden wanneer het leger wordt ontbonden. De vijand maakt echter nog geen aanstalten zijn leger te ontbinden en, afgaand op zijn bevoorrading, is hij van plan zijn troepen bij de grenssteden in te kwartieren om weer snel te velde te kunnen zijn. Ook is Spinola met een bekwaam leger van een paar duizend man in Vlaanderen. Na de mislukte aanval op het fort bij Sluis zal hij daar nog iets belangwekkends willen ondernemen. Ook is vernomen dat de markies in Breda en in Groenlo iets laat voorbereiden. HHM moeten in deze hachelijke situatie voortdurend op hun hoede zijn en kunnen geen volk missen. Daar komt nog bij dat niet langer op de zesduizend man Engelse troepen gerekend kan worden. Voorts kunnen in de winter de rivieren dichtvriezen en is er voor hun bewaking nog meer volk nodig dan gewoonlijk.
HHM vertrouwen erop dat Z.M. begrijpt dat zij in deze omstandigheden zijn verzoek om versterkingen niet kunnen honoreren. Ondanks het uitblijven van de bij de alliantie beloofde financiële steun van Frankrijk en Venetië zal men tot het uiterste gaan in het opbrengen van het maandelijks subsidie. HHM blijven de zaak van Z.M. zowel binnen als buiten de Republiek toegedaan. Naar aanleiding van het schrijven van Z.M. d.d. 21 okt. hebben zij hun ambassadeurs opgedragen de gezanten van Denemarken te assisteren bij de pogingen steun te verwerven. Zij hebben toegestaan dat Z.M. in deze provincies kanonniers, pioniers en geschutsofficieren laat werven. Op het schriftelijk verzoek van de prins van Denemarken hebben zij voor Z.M. de uitvoer toegestaan van honderdduizend pond lonten, honderduizend pond gegoten kogels, honderdvijftigduizend pond buskruit, drieduizend harnassen met pieken, duizend paar pistolen en drieduizend musketten inclusief bandeliers en forketten. Deze goederen zijn schaars en ook hier te lande nodig en toch hebben HHM hun uitvoer - zelfs die van het buskruit - vrij van kostbare rechten, toegestaan. De Deense ambassadeur wordt verzocht Z.M. te verzekeren van de hulp van HHM in alle andere zaken, voorzover doenlijk.
Het antwoord is voorgelezen en goedgekeurd.
Voortvloeiend uit het voorgaande antwoord is op een nieuw verzoek van de prins van Denemarken d.d. 6 okt. Jan de Wilm en Laurens Molegraeff toegestaan voor de koning van Denemarken het bovengenoemde wapentuig in de daar genoemde hoeveelheden, vrij van konvooi en licent uit voeren. De uitvoer moet worden aangetekend op de lijst en HHM moet binnen drie maanden na de uitvoer een bewijs van levering aan de Deense koning worden overhandigd.

1 Geïnsereerd in S.G. 3185.