21/11/1626, 2

21/11/1626, 2

2 In een door de Franse ambassadeur en La Louette ondertekend rekest is verzocht de Deense ambassadeur te verplichten tot het stellen van een borg. Compensatie met hetgeen uitgekeerd moet worden over Le Fidèle François heeft hun instemming.
HHM achten het niet mogelijk de zaak van Du Quesne te scheiden van de andere zaken en laten op het rekest apostilleren dat de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden de bemiddelingszaak als geheel voorgelegd hebben gekregen en dat zij ondeelbaar is. Zij blijven dus bij hun resolutie en verordenen de Deense ambassadeur tot het stellen van zijn borg binnen drie dagen na insinuatie. De borg dient ter griffie geregistreerd te worden. Languerack zal van al hetgeen is voorgevallen op de hoogte worden gesteld opdat onzuivere berichtgeving wordt voorkomen.