27/11/1626, 11

27/11/1626, 11

11 HHM besluiten over de op 21 nov. door gedeputeerden van de WIC ingebrachte punten het volgende. Inzake het eerste punt zal aan de in gebreke blijvende provincies worden geschreven hun aandeel in de eerste drie termijnen op te brengen. Wat het tweede punt aangaat zal van de inmiddels verschenen vierde termijn, inclusief verhoging, door de RvS decharge worden verleend op de provincies. Lyclema heeft verklaard voor instemming met deze twee punten niet te zijn gelast. Voorts is de WIC bij deze de gevraagde volmacht verleend, waarbij de Compagnie de rente op vijf procent mag stellen. Over het punt van de vergoeding van het onderhoud van de soldaten gedurende een jaar, ter compensatie van het afstaan van hun gevangenen, valt nog geen beslissing. Wel dienen de Bewindhebbers een staat op te stellen van het rantsoen dat deze gevangenen mogelijk hebben opgebracht. Ook zal erop worden toegezien dat het bij eventuele verdere onderhandelingen met de Infanta niet tot een verdrag komt waarin geen plaats is voor door de koning van Spanje gevangengenomen WIC-personeel. Wat het punt van de premie op de drie veroverde oorlogsschepen betreft zullen HHM het plakkaat van 22 juli 1625 nader bestuderen. De lening van de zes kanonnen ten behoeve van fort Guinea wordt geëxcuseerd aangezien het land een tekort aan kanonnen heeft. Aangaande de uitspraak over de zoutvaart hebben de heren van Holland verklaard dit punt in behandeling te hebben. Hun is verzocht de kwestie in deze dagvaart af te handelen.