21/12/1626, 10

21/12/1626, 10

10 Raden van State Huigens en De Rover delen ter vergadering het antwoord mee dat ontvanger Hamel heeft gekregen van Rybaucourt. Hij had conform de resolutie van 27 nov. aan de hoogschout, schepenen en raad van 's- Hertogenbosch geschreven de aanstelling van de te Breda zetelende baljuw van Zuid-Holland ongedaan te maken. De raden delen ook twee brieven mee die de ontvanger van de vijandelijke contributies heeft geschreven aan de drost en de magistraat van Heusden en Altena. Daarin wordt deze zijde gewaarschuwd dat een benoeming van een baljuw over de Meierij van 's-Hertogenbosch zal worden beantwoord met een gelijke aanstelling in het Land van Heusden en het Land van Altena. Z.Exc. heeft de raden laten weten dat over deze zaak aan de Finantie van Brussel geschreven zou moeten worden. Wel vindt hij dat de RvS moet vasthouden aan het eerder genomen besluit en dus moet voortgaan met de aanstelling van de baljuw.
HHM houden de zaak tot morgen in beraad.