31/12/1626, 9

31/12/1626, 9

9 Catharina van der Graeff laat bij rekest weten dat op de gemeenschappelijke boedel de met schulden bezwaarde goederen in mindering gebracht zouden moeten worden. Ook komen haar uit die boedel de door haar in het huwelijk ingebrachte goederen toe. Zij biedt de rest van de boedel aan tot voldoening van het vonnis dat de gedelegeerde rechters over haar echtgenoot hebben uitgesproken. De boedelscheiding zou ten overstaan van gecommitteerden van HHM en in bijzijn van fiscaal Van den Broeck kunnen plaatsvinden.
Haar echtgenoot is door de gedelegeerde rechters veroordeeld tot verzekerde bewaring gedurende vijf jaar en betaling van 26.666 gld. Van der Mast mag de vijf jaar in zijn huis te Delft uitzitten indien vooraf 12.000 gld. contant wordt betaald aan de ontvanger van de Rotterdamse Admiraliteit. Ook moet tevoren tegenover fiscaal en ontvanger via borgstelling zijn gegarandeerd dat de boete zal worden voldaan door gedurende drie jaar elk jaar een derde van het resterende bedrag te betalen.