14/01/1627, 16

14/01/1627, 16

16 De graaf van Oost-Friesland is ter vergadering verschenen en hem is conform het gisteren genomen besluit het volgende meegedeeld: HHM hebben altijd goede betrekkingen met zijn graafschap nagestreefd, ook gezien de onderlinge nabijheid van de landen. Daarom is altijd geprobeerd de in het graafschap gerezen problemen op te lossen, wordt ook nu het garnizoen te Emden versterkt en zullen stenden en stad worden ontboden voor de afwikkeling van de bezetting en van eventuele andere openstaande geschillen. De graaf wordt verzocht zolang hier te blijven en een dag te noemen die hem het best zou uitkomen.
De graaf heeft geantwoord dat hij versterking van het staatse garnizoen in de stad begrijpt en dat hij hiernaartoe is gekomen om de goede wederzijdse betrekkingen te onderstrepen. Hij had van HHM commentaar verwacht op zijn memoriaal over de bezetting van het graafschap. Hij verwacht grote problemen als die bezetting gewapenderhand geschiedt. Tevens toont hij zich verwonderd over het ontbieden van de stenden omdat hij met hen tot overeenstemming is gekomen. Zijn blijvende aanwezigheid hier stuit op bezwaren omdat hij in eigen land nodig is vanwege de nadering van de troepen van Tilly en de inundatie van zijn land. Hij verzoekt daarom te mogen vertrekken en, wanneer er iets te onderhandelen valt, in zijn plaats iemand anders te mogen sturen.
HHM houden dit in beraad.