20/01/1627, 9

20/01/1627, 9

91 Cornelis Iselendoorn verschijnt ter vergadering als procureur van Willem Brasser en Simon Adriaensz. van Groenewegen. De eisers verzoeken appèl wegens de dagvaarding van de erfgenamen en kinderen van wijlen Maria de Coninck, weduwe van Barthout van Vloeswijck. Iselendoorn heeft vastgesteld dat de uitspraak van de Raad van Vlaanderen en het vonnis van het gerecht van Axel, Terneuzen en Biervliet ongeldig is. Het vonnis zou onmiddellijk nietig verklaard moeten worden, de eisers zou voorlopig clausule van inhibitie moeten worden verleend.
Van der Burch, procureur namens de gedaagden, concludeert dat het appèl niet ontvankelijk verklaard mag worden. Dientengevolge eist hij onmiddellijke approbatie van het vonnis. Tevens maakt hij eis van kosten en geleden en nog te lijden schade wegens het appèl van de eisers.
Johan Barthout van Loo voegt zich namens de steden en ambachten van Axel, Terneuzen en Biervliet in deze rechtszaak voor zover het gaat om de handhaving van hun privileges en volhardt niet in de eisen van de gedaagden. Bij repliek en dupliek blijven de standpunten gehandhaafd.
HHM besluiten de verzochte inhibitie niet te verlenen en verordenen partijen de kwestie op hoofdzaken te beschrijven onder uiteenzetting van rechten.

1 Deze resolutie is door een klerk ingeschreven in S.G. 52.