23/01/1627, 2

23/01/1627, 2

2 In zijn brief d.d. Parijs 10 jan. schrijft Languerack erop te vertrouwen dat HHM binnen enkele dagen 300.000 gld. zullen ontvangen. De nog resterende 200.000 gld. zal dankzij zeker persoon uiterlijk eind februari worden voldaan. Deze verwacht voor zijn inspanningen, waaronder het voorschieten van de 300.000 gld., een verering. Languerack is van mening dat men met ongeveer 15.000 gld. kan volstaan.
Languerack mag deze persoon met maximaal 16.000 gld. belonen, mits het geld daadwerkelijk is gestort. De verering moet worden betaald uit de termijn van 200.000 gld. en, als dat niet mogelijk is, uit die van 300.000 gld.
De brief van Languerack bevat tevens inlichtingen over het plan van de vijand de schepen van de WIC van de kust van Guinea te verjagen.
Dit zal de Compagnie worden gemeld, zodat zij hierop bedacht is.
Languerack zal worden geschreven dat Catz als gedeputeerde naar Engeland wordt gestuurd om met Joachimi vergoeding te bepleiten van door de Engelsen aan Nederlandse kooplieden berokkende schade. Aldus hoopt men te voorkomen dat Catz' reis in Frankrijk argwaan wekt.