03/02/1627, 1

03/02/1627, 1

1 Ter vergadering verschijnen Adriaen Pieterssen, gecommitteerde in de Generaliteitsrekenkamer, en Van IJk, ontvanger van de Admiraliteit te Rotterdam. Pieterssen heeft volgens de resolutie van HHM van 26 jan. de restanten van de ontvanger gecontroleerd. Deze belopen tot en met april 1626 ongeveer 90.000 gld. De ontvanger heeft getracht dit te innen, maar niets ontvangen. Sommige konvooimeesters beroepen zich daarbij op hun eigen restanten, anderen op ordonnanties die zij voorgeven te moeten betalen. Weer anderen menen nog assignaties te hebben van de voormalige ontvanger Vroesen of verzoeken om uitstel van betaling.
HHM besluiten de Admiraliteiten te schrijven dat zij de restanten moeten innen en geen enkel excuus dienen te honoreren, behalve in het geval op assignaties order [tot betaling] is gegeven. Tevens dienen zij alle ontvangers van de konvooien precies rekening te laten doen van de nog resterende acht maanden over 1626, en wel binnen drie of vier weken. Het sluiten van de rekening moet zonder verder uitstel geschieden.