22/04/1627, 9

 
English | Nederlands

22/04/1627, 9

9 Gerart van Berckel compareert en meldt het paspoort van de Infanta voor burgemeester De Hooge en hemzelf voor een bijeenkomst in Roosendaal op 10 mei over de uitwisseling van gevangenen te hebben ontvangen. In zijn begeleidende schrijven heeft Kesselaer hem eraan herinnerd nog niet te zijn bericht over de vrijlating van Tavigni in Nijmegen en van Jan Goossens in Amsterdam. Kesselaer verzoekt twee geestelijken, die na sluiting van het traktaat zijn gevangengenomen, uit beleefdheid vrij te laten omdat zij arm zijn en zich niet kunnen vrijkopen. Berckel noemt het verder noodzakelijk de Admiraliteiten een lijst te laten opsturen van de gevangenen die in Spanje zitten. Daarvan is nog geen nauwkeurig overzicht.
HHM schrijven burgemeester De Hooge zo snel mogelijk te komen om voor de conferentie te kunnen worden geïnstrueerd, zodat hij vóór 10 mei in Roosendaal is. De commandant van Nijmegen zal worden geschreven Tavigni onmiddellijk in vrijheid te stellen, indien dit nog niet is gebeurd. Verder dient hij HHM te berichten of hij middelen heeft om de geestelijken vrij te kopen of de soldaten te bewegen hen uit hoffelijkheid vrij te laten. De magistraat van Amsterdam zal worden geschreven Jan Goossens vrij te laten indien hij onder het contract valt of anders HHM over de kwestie te berichten. De Admiraliteiten zal worden geschreven na te gaan wie uit hun district in Spanje gevangen zitten. Zij moeten daarvan een lijst opsturen, naast een lijst van Spaanse gevangenen die hier worden gevangengehouden, in aanvulling op de resolutie van 10 april. Dit alles tot nut van de aanstaande conferentie.