04/05/1627, 14

04/05/1627, 14

14 De koning van Denemarken schrijft d.d. Stade 6 april. Hij verleent credentie op zijn raad Sigismundus Buchner, doctor in de rechten. Deze is vervolgens door de klerk in de vergadering uitgenodigd en bij de deur verwelkomd door de gedeputeerden. Buchner doet eerst mondeling en daarna schriftelijk zijn propositie wegens inning van 30.000 rijksdaalder voor de prins van Transsylvanië en de achterstand in het subsidie. Ook vraagt hij hierin om maritieme bijstand voor de bezetting van de Wezer.
1
Ten eerste brengt de Deense koning in herinnering hoe hij samen met de koning van Groot-Brittannië in februari een bondgenootschap is aangegaan met vorst Bethlen Gabor via zijn gezant Mathias Quad von Wikerodt. De Staten-Generaal hebben de Deense koning toegezegd ter ondersteuning van de strijd vóór eind juni 30.000 rijksdaalder bij te dragen. Daarnaast zijn de Staten-Generaal nog 30.000 rijksdaalder schuldig, te voldoen voor 1 mei aanstaande. Dit geld ziet men gaarne overgemaakt naar Venetië aan de vorst van Siebenbürgen [Gabor], in mindering van het restant. Hoe eerder dit kan worden gedaan, hoe beter. HHM zijn de koning al met al nog het nodige geld schuldig. De inzet van het Sleeswijkse leger heeft hem bovendien nog meer geld gekost. Deze dappere soldaten hebben weliswaar de vijand afgeleid, maar zij kunnen niet langer aan het lijntje worden gehouden. Z.M. verzoekt geld voor de werving van enkele officieren en het overschot per wisselbrief op Hamburg over te maken. De blokkade van de Wezer doet de vijand nog verdere afbreuk. De koning laat reeds diverse forten aanleggen en verzoekt HHM enkele schepen ter beschikking te stellen. Aangezien het hier een gezamenlijke actie betreft, vertrouwt de koning erop dat HHM hem vanwege de goede onderlinge banden zullen bijstaan.
HHM antwoorden de propositie te zullen bestuderen en spoedig te zullen reageren.

1 De in het Duits gestelde propositie is geïnsereerd in S.G. 3186.