16/06/1627, 16

16/06/1627, 16

16 HHM lezen de credentie d.d. Harderwijk 31 mei van Christian, de jongere vorst van Anhalt, op zijn kamerheer Johan van Munster. In de bijgevoegde deductie van de kamerheer wordt restitutie geƫist van 5.000 daalder en 10.000 Duitse gulden, die door de vader van de vorst en diens broers van Anhalt1 in 1604 aan HHM zijn geleend op een obligatie van agent Brederode.
HHM geven de brief van credentie terug aan Munster omdat in de aanhef de naam en titel van de vorst bovenaan zijn gesteld. Hierdoor lijkt de brief gericht aan een mindere, niet aan een volwaardig soevereine republiek. De deductie gaat voor onderzoek en advies naar thesaurier-generaal De Bie.

1 Dit zijn: Rudolf , Ludwig , Johann Georg I en August .