22/06/1627, 2

22/06/1627, 2

2 Op grond van hun rapport worden Berckel en Van der Hoge gemachtigd 1 conform eerdere afspraken een generale uitwisseling van de wederzijds genomen gevangenen af te sluiten volgens het traktaat van 10 okt. 1626. De gevangenen moeten hun eigen kosten betalen en vervolgens direct worden vrijgelaten, zonder te hoeven wachten op anderen die niet hebben betaald.
De uitwisseling geldt voor alle gevangenen aan weerszijden die zich op de dag van het sluiten van het traktaat in publieke of private gevangenschap op het land bevinden. Zij die nog in de schepen op zee zitten en niet aan land zijn gebracht, vallen hier buiten. Ook het voor de WIC uitgevaren personeel dat in West-Indië, Brazilië of elders in Amerika in gevangenschap verkeert, is in de wisseling opgenomen. Indien de Infanta dit punt niet absoluut toestaat, zal men dit op welbehagen van de koning van Spanje afspreken. De Infanta moet dan wel te goeder trouw beloven alles in het werk te stellen teneinde de koning over te halen.
De gecommitteerden moeten alles in hun vermogen doen om de nu hier gevangenzittende overlopers buiten de regeling te laten. Wanneer dit niet lukt, dan mogen zij naar gelegenheid handelen.
Om de kosten voor het land zo laag mogelijk te houden wordt besloten het rantsoen van de gevangenen van de vijand in redelijkheid te taxeren. De lijst van door de vijand gemaakte gevangenen zal worden gebruikt om te bezien in hoeverre zij hun rantsoen zelf kunnen opbrengen.

1 Vanaf hier tot de laatste alinea is de resolutie door een klerk ingeschreven in S.G. 52.