24/06/1627, 2

24/06/1627, 2

2 Carleton, extraordinaris ambassadeur van Groot-Brittannië, toont zijn credentiebrieven en dient zijn propositie in. Conform de brief van de koning ten gunste van Monschau, beveelt hij aan de plaatsen van ritmeester Monschau, acht kapiteins en een luitenant - te weten Burgh, Eduward Conway, Bret, Courtney, Morton, Sprey, Jorck, Willoughbij en Gilpijn - aan te houden gedurende hun absentie. Eveneens bezorgt Carleton een brief van de koning d.d. 1 juni, waarin om uitvoer van honderd last buskruit, 216 borstharnassen, 296 forketten, 452 ringkragen, twee hellebaarden, 527 stormhoeden, 422 pieken en vier trommels wordt gevraagd. In de akte van 18 juni vanwege de uitvoer van buskruit zou de daar genoemde vijftigduizend pond moeten worden veranderd in honderdtwingduizend pond, reeds ingeladen. Tevens wil Carleton met enkele gecommitteerden over enige punten in conferentie treden. Hij bedankt HHM voor de goede ontvangst en voor hun - hopelijk blijvende - bereidheid zijn neef als agent van de koning bij gelegenheid audiëntie te verlenen. Deze heeft telkens lovende rapporten overgebracht.
1 De koning stuurt Carlton ter onderstreping van diens goede intenties en wenst de prinsen en HHM al het beste en hoopt op behoud van de goede betrekkingen. Vanuit dit perspectief hebben ook de Staten-Generaal, ter ondersteuning van Joachimi, Catz als extraordinaris ambassadeur gestuurd, die zich waardig van zijn opdracht kwijt. Diens ambassade bestond tot nu toe voornamelijk uit klachten. Door het slechte leert men pas het kwade kennen en in het weten ligt de oplossing. Bij nader onderzoek blijkt het slechte echter meestal minder kwaad als gedacht en het klagen niet waard. De koning heeft ook telkens zijn best gedaan een oplossing te zoeken door een van zijn beste raadsheren aan beide ministers toe te voegen op hun reizen of door hun herhaaldelijk audiëntie te verlenen. Dit alles om tot een afgewogen besluit te komen en ter genoegdoening. De ambassadeurs van HHM bewijzen daarnaast in het oplossen van de geschillen tussen de kronen van Engeland en Frankrijk goede diensten.
Carletons eerste opdracht betreft de vastberaden voortzetting van de voorbereidingen tegen de koning van Spanje als gemeenschappelijke vijand. De koning heeft persoonlijk de samenstelling van een sterke vloot onder leiding van zijn Lord High Admiral Buckingham geïnspecteerd. Hij zou graag zien dat ook HHM, in navolging van de alliantie, hun vloot gereed te maken en ervoor te zorgen dat de schepen op tijd op de plaats van bestemming arriveren.
Het genoemde verdrag, waarvan de koning een ferm aanhanger is, is vergezeld gegaan (op aandringen van HHM) van een protestatie vanwege enige aanvaringen tussen de twee naties in het Oosten. Carlton heeft opdracht te antwoorden op het door Catz in de [Privy Council] uitgesproken verzoek inzake het bloedbad op Amboina [Ambon]. De koning betreurt het protest. Desondanks heeft zijn Raad verklaard dat als HHM snel en daadkrachtig handelen de koning tevreden zal zijn. De kwestie Amboina hangt nauw samen met het optreden van Jean Pieterson Coen. Deze is vanwege de klachten van de koning speciaal door HHM gelast om er niet meer terug te keren en de Bewindhebbers van de VOC is opgedragen hem er geen bevel te laten voeren. Het komt de koning daarom vreemd voor dat Coen er niet alleen zal terugkeren, maar bovendien wordt voorzien van staats- en volmacht. De koning heeft Carlton dan ook gelast, in navolging van wat zijn Raad de ambassadeurs heeft gevraagd, HHM te verzoeken Coen onmiddellijk terug te roepen door middel van een speciale pinas.
Verder wordt de handel, de principale grondslag van de goede onderlinge betrekkingen, belemmerd door constante knevelarij in de Republiek. De belangrijkste manufactuur van Groot-Brittannië - wollen laken - wordt door middel van de tarra geschaad. Het is niet de eerste keer dat men hierover bij HHM klaagt maar, aangezien de Raad van de koning over dit punt met de ambassadeurs heeft gesproken, verzoekt men nu een besluit te nemen waarmee zijn onderdanen tevreden zijn.
Naast deze algemene zaken legt Carlton nog twee spoedeisende kwesties voor: de ene heeft betrekking op het verlof van enkele officieren, de andere betreft de uitvoer van buskruit. Een lijst met namen en het verzoek zijn bij de brief van de koning gevoegd. Carleton verzoekt HHM enkele gecommitteerden te deputeren om een en ander met hem te bespreken.
HHM verklaren verheugd te zijn over Carletons komst. Zijn propositie zal worden besproken en er zal tot zijn tevredenheid over worden besloten. Rantwyck, Pauw, Vosbergen, Hertevelt, Walta, Haersolte en Schaffer zullen de propositie tezamen met de andere punten bestuderen en die met de ambassadeur bespreken.

1 De in het Frans gestelde propositie is geïnsereerd in S.G. 3186.