09/10/1627, 1

09/10/1627, 1

1 Twee gedeputeerden van de Admiraliteit te Amsterdam verschijnen ter vergadering. Zij vertellen dat eergisteren omtrent vijf uur in Texel bij Den Helder zeven Engelse schepen zijn binnengevallen, die aldaar één van de Franse schepen hebben aangevallen. Men is niet op de hoogte van de afloop van dit gevecht: degene die het nieuws naar Amsterdam heeft gebracht, heeft nog tot tien uur 's avonds horen schieten. De gedeputeerden melden tevens dat de Admiraliteit iemand naar Enkhuizen heeft gestuurd om te regelen dat de eerste en tweede bakentonnen worden opgehaald, de bootslieden te verbieden de Engelsen bij hun vertrek te assisteren en de oorlogsschepen voor Den Helder te leggen ter intimidatie. Na overleg met en advies van de RvS zullen HHM enkele afgevaardigden naar Texel sturen. Indien het gevecht nog voortduurt, dienen zij dit door overreding te beëindigen. Als dit wordt geweigerd en men wil doorgaan, moeten zij terstond enkele oorlogsschepen en andere beschikbare schepen zich tussen de Fransen en Engelsen laten positioneren. Als men blijft doorgaan en op de schepen van de Republiek schiet, zullen zij het vuur beantwoorden om hen tot inkeer te brengen. De afgevaardigden dienen zolang en zoveel mogelijk alle vijandelijkheden te voorkomen. Verder moeten de Engelse schepen worden aangehouden, tenzij anders wordt besloten.
Als de bakens zijn weggehaald, worden deze niet teruggeplaatst maar zal dit aan de buitengaats gelegen schepen worden gemeld. Als de bakens er nog liggen dan dient dit zo te blijven. Wanneer de Engelse schepen in bewaring zijn genomen of zijn vertrokken, zullen de bakens weer worden teruggeplaatst.
Hendrick van Eck, de heer van Schagen, Catz, Geelvinck, Nobel, Seger Simonssen, Crijn Taeckens, Almelo en raad van State Neck worden in deze kwestie aangesteld.