13/10/1627, 4

13/10/1627, 4

4 Ter Cuilen rapporteert over het voorstel van Marquette ter voorkoming van verdere retorsie in Twente. Men zou gedurende zes maanden de kwestie aangaande de pastoors en predikanten op het platteland laten zoals voor, tijdens en na het Bestand. De staatse officieren zouden hun ambt op het platteland mogen uitoefenen. In Oldenzaal zou men de kwestie van religie laten zoals voor, tijdens en na het Bestand tot aan de verovering. De geestelijken zouden hun kerk, beneficies en goederen behouden, maar er zou een predikant mogen preken.
Verder bericht Ter Cuilen dat Marquette heeft voorgesteld om in de toekomst de volgende afspraak te maken, wanneer een van de partijen retorsie wil toepassen. De Republiek zou eerst hem via Berckel of Ter Cuilen hiervan verwittigen, waarna hij de bezwaren daartegen kan uiteenzetten. Daarna zou men naar bevinding kunnen besluiten of vice versa.
Het eerste punt wordt uitgesteld totdat Ter Cuilen rapport heeft gedaan in Overijssel. Het tweede punt over kennisgeving over en weer wordt in beraad genomen.