14/10/1627, 7

14/10/1627, 7

7 Z.Exc., Ernst Casimir en de RvS verschijnen ter vergadering. De afgevaardigden van HHM naar Texel doen rapport dat bij hun aankomst de meeste Engelse schepen waren vertrokken, samen met het veroverde Franse schip. Er lagen op de koopmansrede nog slechts de vice-admiraal en de schout-bij-nacht, waarbij nog vijf kleine schepen zijn gekomen, geladen met vuurwerk. Zij hebben de acht Nederlandse oorlogsschepen gelast zich rondom de Engelsen op te stellen om hun de afvaart te beletten.
Na het rapport is overlegd hoe van weerskanten het best de neutraliteit kan worden bewaard. Als men de Engelse schepen zou blokkeren, dan zouden in Engeland Nederlandse schepen kunnen worden vastgehouden. De voor deze actie benodigde schepen zouden bovendien beter van dienst zijn op de kust van Vlaanderen.
HHM laten Pauw, Ploos, Oenema, Aelberts en Sommelsdijck klagen bij Carleton over het grote onrecht, de schending van hoogheid van staat en het nadeel dat de Engelse schepen de Republiek hebben bezorgd. Zij moeten herstel hiervan verzoeken. Rantwyck, Noortwyck, Vosbergen, Schaffer en Huigens zullen in conferentie treden met Despesses. Hierin zullen zij hem het misnoegen van de Republiek over de Engelse actie kenbaar maken en melden dat zij hierop niet bedacht zijn geweest, zodat verweer onmogelijk was. In het vervolg zal hiermee rekening worden gehouden.
De propositie van Carleton gaat voor advies naar de RvS.