18/10/1627, 2

18/10/1627, 2

2 In aanwezigheid van Z.Exc., Ernst Casimir en de RvS zijn luitenant-admiraal Dorp, teruggekeerd van de kust van Vlaanderen, en Gans gehoord. Dorp rapporteert dat langs de kust niet meer dan zestien schepen en drie jachten liggen, en dat te Duinkerke 26 en te Oostende acht schepen klaarliggen om met de eerste springvloed uit te lopen. Gans verklaart samen met de Admiraliteit te Zeeland alle schepen die te Vlissingen lagen tot krijgsdient te hebben gedwongen.
HHM gelasten Dorp terstond terug te keren naar de kust. Verder zullen enkele afgevaardigden samen met de Admiraliteiten zorgen dat alle voor de kust bestemde schepen van het land, zelfs de konvooischepen indien de Admiraliteiten dit raadzaam achten en de beschikbare commissievaarders en koopvaardijschepen, onmiddellijk naar de kust worden gestuurd zodat zij er zijn met de aanstaande springvloed. De commissievaarders en koopvaardijschepen zullen voor korte tijd in dienst treden. Tegelijkertijd met de schepen zullen proviand en andere benodigdheden naar de kust worden gestuurd voor de schepen die door hun voorraad heen zijn, opdat zij hiervoor niet hoeven binnen te lopen. Het verzoek van de luitenant-admiraal om enige musketiers op de schepen, wordt aan Z.Exc. overgelaten. Hendrick van Eck en Boom worden naar Amsterdam , het Noorderkwartier en Texel gestuurd en Nobel en Hertevelt naar de Maze en Zeeland. Eck wordt vooruitgestuurd naar Texel om 's lands schepen direct naar de Vlaamse kust te dirigeren. Dit geldt tevens voor de drie van de WIC geleende schepen, die dienst zouden doen bij de visserij. Deze dienen de Moscoviƫvaarders op te zoeken om deze verder huiswaarts te begeleiden.