23/10/1627, 2

23/10/1627, 2

2 Duijck bericht over een voorstel van Carleton om te komen tot opheffing van de inbeslagneming van de drie Oost-Indiëvaarders in Engeland. Hiertoe zou de VOC enkele gedeputeerden met de ambassadeurs naar Engeland moeten meesturen om met de Engelse Oost-Indische Compagnie te onderhandelen over de voltooiing van wat ten tijde van het verblijf van Sommelsdijck in Engeland is overeengekomen.
Carleton meent verder dat er in Engeland belangstelling is om een West-Indische Compagnie op te richten die met de WIC zou kunnen worden samengevoegd om de vijand afbreuk te doen.
Ten derde stelt Carleton voor om in overleg te treden over de kwestie van de tarra.
HHM verzoeken Duick nader met Carleton te overleggen over de eerste twee punten. Hij moet nagaan of de onderhandelingen in de Republiek kunnen plaatsvinden. In dat geval zouden de VOC en de WIC daarvan op de hoogte gebracht kunnen worden. Aangaande de tarra wordt de heren van Holland verzocht te regelen dat het overleg plaatsvindt op een door hen vast te stellen tijd.