26/04/1628, 20

26/04/1628, 20

20 De heren Lambert van Starckenborch en Bernt Coenders van Helpen uit Hunsingo, Bernt Schaffer en Allert Christoffer van Arentsma uit Fivelingo, Pabo Broersema, Johan de Mepsche uit het Westerkwartier en dr. Schato Gockinga, respectievelijk jonkers, hoofdelingen, raad en syndicus van de Ommelanden tussen de Eems en de Lauwers, compareren. Krachtens hun credentiebrieven d.d. Groningen 22 maart dienen zij een propositie in.1
Zij verzoeken HHM de eerder gemelde onenigheid tussen de Ommelanden en de stad Groningen te beƫindigen door een besluit. Daarnaast vragen zij de opnieuw gerezen kwestie tussen de leden aangaande de provinciale consenten op te lossen.
Na hun vertrek vraagt Schonenborch om enkele gecommitteerden van HHM de zaak in de provincie te laten regelen of een datum te noemen waarop de gecommitteerden van de stad Groningen hier aanwezig dienen te zijn. Broersema verklaart daartegen dat indien Schonenborch last zou hebben iets te berde te brengen, hij dat in het bijzijn van de genoemde gedeputeerden moet doen.
HHM zullen beide partijen morgen horen.

1 De propositie is door een klerk ingeschreven in S.G. 53.