29/04/1628, 22

29/04/1628, 22

22 Essen en andere daartoe aangestelde heren berichten over hun bespreking met de ambtman Ahr en ontvanger Onckel inzake de rekeningen van de contributies van het Land van Gulik [Jülich], Kleef, Berg en de andere gebieden. Volgens hen kan met deze contributies niet slechts het regiment voetvolk en twee à drie ruitercompagnieën maar veel meer volk worden betaald. Dan moet men echter geen grote kwijtscheldingen meer doen - zoals eerder is gebeurd -, geen grote restanten laten bestaan - zoals er nu nog 700.000 à 800.000 gld. resteert -, het voor het krijgsvolk bestemde geld nergens anders voor aanwenden - zoals gebeurd is met het hoorngeld van het Land van Kleef en de licenten van Soest [in Westfalen] en Lünen en de aan contributie onderworpen plaatsen niet vrijstellen - zoals is gebeurd met Huissen, Neustadt en Gimborn.
Door deze maatregelen kunnen het regiment tot het benodigde aantal manschappen worden aangevuld, de ingekrompen compagnieën worden onderhouden en op hun oude sterkte worden gebracht en eerdere fouten worden hersteld. De Kleefse regering moet gedwongen worden geen kwijtscheldingen, inkrimpingen en afdankingen meer te doen zonder voorgaand bericht aan HHM. De tot aflossing van de obligatie van 100.000 rijksdaalder bestemde inkomsten uit de helft van de contributies van het Land van Mark, Ravensberg en andere domeinen moet zij betalen aan ontvanger Hoeffijser te Amsterdam die dit bedrag heeft uitgekeerd.
HHM stellen een besluit hierover uit.