03/05/1628, 3

03/05/1628, 3

3 De Bie, Noortwijck en Ploos hebben Carleton zijn brieven en de gouden keten overhandigd. Zij berichten dat hij ontevreden is over het laatste antwoord aangezien dit niet duidelijk weergeeft wat HHM doen wanneer Franse en Spaanse schepen gezamenlijk actie tegen Engeland zouden ondernemen. Carleton verzoekt de woorden "hun schepen zullen zeker niet nalaten zich te verdedigen tegen degene die hen zou willen aanvallen" te veranderen in "in geval van een aanval op de koninkrijken en gebieden van Z.M. zullen wij van deze Verenigde Provincies zeker niet nalaten hun schepen en legers te verdedigen tegen degene die deze zou willen aanvallen".
In plaats van de eerste woorden in het antwoord laten HHM schrijven: "Wanneer de schepen van de koning van Spanje de koninkrijken van Z.M. wil aanvallen, zullen hun schepen en legers niet nalaten bijstand te bieden conform de inhoud van het bondgenootschap".
Volgens De Bie, Noortwijck en Ploos verzoekt Carleton de conform de resolutie van 28 april verleende verklaring inzake de door de Engelsen gevreesde confiscaties van hun laken aan te passen. Hij vraagt of erin gesteld kan worden "zonder van deze zijde gelegenheid te geven tot overtredingen of overtredingen te begaan".
HHM stemmen niet in met deze aanpassing.
Ook heeft Carleton voorgesteld dat HHM de door hem naar Stade gezonden maar niet de stad binnengekregen levensmiddelen met een evenredige waarde van 22.000 gld. voor Glückstadt bestemmen.
HHM weigeren dit.
Wel gaan HHM akkoord met de verzochte uitvoer van achthonderd complete corseletten, tweehonderd wapens met toebehoren voor karabijnen, vijfduizend wapens voor piekeniers, vijfduizend musketten met bandeliers en steunvorken, twintig zadels en tweehonderd paar pistolen, mits er 's lands belasting over wordt betaald.
Het verzoek van kapitein La Rocque, vuurwerker, om enige tijd met Carleton naar Engeland mee te gaan, bespreken HHM met Z.Exc.
De Bie, Noortwijck en Ploos melden dat Carleton de geschonken gouden keten voor hem te groot en voor zijn meester te klein vond. Aangezien koningen geëerd worden in de personen van hun ambassadeurs zal hij in Delft tapijtwerk voor een kamer kopen en in Engeland opdracht geven dit daarheen te vervoeren.
HHM laten dit zogenaamd ongemerkt geschieden.
De secretaris van Carleton heeft de medaille geweigerd. Tegen klerk Verburch heeft hij gezegd bij twee gelijksoortige gelegenheden in Frankrijk een gouden keten van 1.000 gld. te hebben gekregen. Ook zei hij te weten dat de secretarissen van Du Maurier en de Venetiaanse ambassadeurs meer hebben gekregen.
HHM laten de zaak hierbij en geven de medaille terug aan de ontvanger.