12/07/1628, 8

12/07/1628, 8

8 HHM lezen de op 19 mei door ambassadeur Carlaton namens de koning van Groot-Brittannië bij de synode van Engelse en Schotse predikanten in de Republiek ingeleverde artikelen en het antwoord van de synode daarop.1
I Z.M. wil dat de Engelse en Schotse predikanten ten behoeve van hun gemeenten geen nieuwe liturgieën of een vaste vorm voor gebeden opstellen of uitgeven.
II De synode mag het aanstellingsrecht van de predikanten niet op zich nemen. De Engelse en Schotse predikanten mogen hun heilige orde alleen ontvangen van hun moederkerken in de twee koninkrijken en slechts op deze wijze een geestelijke bediening aannemen.
III Die van de synode mogen geen nieuwe riten of ceremoniën invoeren aangaande de toelating van wettige predikanten tot geestelijke ambten, noch deze gebruiken bij andere heilige handelingen.
2IV Die van de synode mogen zich niet bemoeien met nieuwe leerstellingen, maar moeten zich houden aan de door de Engelse en Nederlandse kerken vastgelegde punten.
V Z.M. is tevreden dat zij zich houden aan de bevoegdheid die zijn vader Jacobus hun heeft toebedacht. Ten eerste dienen zij predikanten zonder wettige beroeping of toelating tegen te gaan. Ten tweede moeten zij degenen die door een zondig leven te leiden aanstoot geven ondervragen en in de hand houden en zedeloosheid bestraffen. Tevens raadt Z.M. aan naarstig te zoeken naar auteurs van voor de kerk of Engeland nadelige boeken of brochures en deze indien mogelijk weg te nemen.
VI Bij twijfel omtrent de juiste bedoeling of uitvoering van deze bijzonderheden moeten die van de synode zich richten tot de ambassadeur of agent van Z.M. Deze zal altijd een bevel van Z.M. hebben of kunnen krijgen waardoor het vrome werk rechtvaardig kan worden begunstigd.
Antwoord van de synode van de Engelse en Schotse predikanten op de bovenstaande artikelen:
Ten eerste vragen zij Z.M. in te zien hoe onrechtvaardig de bezwaren van de kerken van Engeland en Schotland tegen hen zijn. Eerst hebben zij koning Jacobus en nu weer Z.M. doen geloven dat de handelwijze van de synodale vergadering nadelig zou zijn voor de kerken van de koninkrijken. Hiertegen pleit de verklaring die de synode heeft ingediend bij haar eerste acceptatie van de op verzoek van de ambassadeur door HHM verleende autoriteit. Hiervan tonen de predikanten de inhoud aan Z.M.
Om de beschuldigingen van noviteit, afscheiding of factievorming te beëindigen, hebben de predikanten gezamenlijk en individueel de vrijheid genomen de genoemde orde en het kerkelijk beleid te voeren conform de Franse kerken en het door HHM verleende octrooi. Zij hebben niets willen doen wat zou leiden tot ergernis van de Nederlandse kerken of tot inperking van de tot nog toe genoten voorrechten van de Engelse kerkgenootschappen in de Republiek. Ook willen zij niet handelen in strijd met de regels van de Nederlandse en Franse kerken, waaronder zij vallen, noch met het hun in het octrooi verleende gezag. Daarnaast heeft het aannemen van de genoemde vorm en regels niets van doen met verachting, censuur, benadeling of veroordeling van de kerken in het gebied van Z.M. De predikanten behandelen deze met passend respect als de ware kerk van Christus en zijn vastbesloten daarmee verbonden te blijven, ondanks een verschil in uiterlijke regels.
Ten tweede verzoeken de predikanten Z.M. om acht te slaan op het rechtvaardige besluit van diens vader. Hij moet zich niet inlaten met personen buiten de grenzen van zijn gezag. Alle christelijke heersers en republieken staat het vrij hun onderdanen de uiterlijke vorm van het kerkbeleid voor te schrijven. Hoewel de predikanten zichzelf vanwege hun geboorte zien als onderdanen van Z.M., vallen zij door hun huidige verblijfplaats onder het gezag van HHM. Het is onvermijdelijk dat zij zich soms de toorn van de ene autoriteit en soms die van de andere op de hals halen, omdat het onmogelijk is twee meesters te dienen zonder een van beiden aanstoot te geven.
De predikanten antwoorden op het eerste artikel van Z.M. spijt te hebben dat hun goede bedoelingen verkeerd worden geïnterpreteerd. Het is nooit hun bedoeling geweest een nieuwe liturgie op te stellen of uit te geven, noch de liturgie van andere kerken te bestrijden of te veroordelen. Zij wilden slechts de huidige liturgie (waaraan zij zich op gezag van HHM moeten houden) uitbreiden door andere liturgieën, waaronder de Engelse, te gebruiken voor zover dat mogelijk is zonder aanstoot te geven. Deze liturgie is langdurig gebruikt in alle Engelse kerken in de Republiek sinds koningin Elisabeth en de graaf van Leicester hier hebben geregeerd en is toegepast in de kerken van Brielle en Vlissingen, toentertijd volledig onder gezag van de koningen van Engeland. De voorouders van Z.M. droegen er zorg voor dat alle handelingen van hun in Nederland wonende onderdanen verliepen conform de Nederlandse kerken om geen aanstoot te geven en de eenheid van de kerk te handhaven. Z.M. wil deze koers blijven volgen en de predikanten zullen dus nooit een ongeautoriseerde liturgie gebruiken of iedereen naar eigen inzicht een liturgie laten kiezen. Daardoor zou immers grote verwarring ontstaan, zoals in de periode voordat de predikanten hun synode hielden.
Inzake het tweede artikel vragen de predikanten Z.M. zich te realiseren dat het aanstellingsrecht een wezenlijk onderdeel van hun ambt is, evenals het verkondigen van het evangelie of het toedienen van de sacramenten. Als zij dit overlaten aan een ander, verzuimen zij hun door Christus opgelegd ambt. De predikanten zijn ervan overtuigd dat Z.M. hun het uitvoeren van hun aanstellingsrecht niet zal ontnemen.
Daarnaast zouden met het aanstellingsrecht ook meteen alle andere punten van kerkelijke discipline aan de predikanten onttrokken worden. Niemand kan autoriteit wegnemen die hij niet geven kan. De aanstellers kunnen de door hen aangestelden handhaven en de dienaren zijn aan hen onderworpen, hetgeen door de wetgeving van de paus wordt bevestigd.
In het geval de predikanten het aanstellingsrecht zouden overlaten aan de kerken van Engeland en Schotland, zou een buitenlands kerkelijk gezag worden geplaatst boven de onder Nederlands bestuur staande kerken. Daarmee zouden zij ondankbaar overkomen en de staat onrecht aandoen, aangezien zij aan hen verleende vrijheden en gezag aan vreemden zouden geven en onder buitenlands gezag plaatsen. Dit zou leiden tot geruchten en schande. De predikanten zouden de hun verleende vrijheid niet waard zijn, terwijl andere buitenlanders - zoals de Fransen - deze vreedzaam bezitten. Bovendien kan het als gevaarlijk precedent werken: dan zou immers ook een wereldlijk gezaghebber de zaken van andere staten kunnen regelen. Dit was voor de vader van Z.M. juist de oorzaak om de apologie Proiuramento fedelitatis3 te schrijven tegen een dergelijke usurpatie van macht door de paus. Volgens de wet van de paus mogen bisschoppen zelfs geen aanstellingen doen buiten de grenzen van hun eigen bisdom en al helemaal niet in een andere staat.
Indien de synode geen aanstellingsrecht van predikanten zou hebben, zou het een kerkelijke instelling zijn die nergens anders bestaat. Z.M. moet besluiten of de synode het aanstellingsrecht volledig aan de kerken van Engeland en Schotland moet overlaten en of dit in het buitenland niet tot grote weerzin tegen deze kerken en het bisschoppelijke bestuur zou leiden.
Z.M. moet zich afvragen of de kerken in Engeland en Schotland de aanstelling van pastores voor kerken in andere landen wel op zich willen nemen. Zij hebben daar geen gezag en de kerken zijn niet van hen afhankelijk aangezien deze tot een andere staat behoren. Die van de synode denken dat de Engelse en Schotse kerken het aanstellingsrecht niet op zich zouden willen nemen omdat zij onder andere niet willen uitvoeren wat de gereformeerde kerken zo vervloeken van de bisschop van Rome. De wil om alle andere kerken te onderwerpen en al het gezag naar zich toe te trekken is louter paaps.
Z.M. moet zich tevens afvragen of de kerken in de Republiek de kwestie van het aanstellingsrecht zullen toelaten. Dit zou immers tot nog meer verdeeldheid kunnen leiden in een gemeenschap die door onderlinge kwesties toch al verzwakt is. Door zich te vervreemden van de Nederlandse kerk zouden die van de synode het risico lopen hun religievrijheid te verliezen.
Inzake de laatste clausule van het tweede artikel zeggen de predikanten Z.M. nooit iemand zonder aanstelling toe te laten, tenzij zij daartoe rechtvaardige redenen hebben. Zij kunnen echter niemand verwerpen die door de andere gereformeerde kerken is aangesteld, omdat zij dan het gezag en de wettigheid van het aanstellingsrecht van predikanten van andere gereformeerde kerken in twijfel zouden trekken. Niets zou hen meer gehaat maken dan wanneer zij slechts door Engeland en Schotland goedgekeurde predikanten zouden toelaten.
Inzake de gevreesde bezwaren van het vrije aanstellingsrecht verzekeren die van de synode nooit personen te hebben aangesteld die al een ambt bedienen, tenzij deze daarvan eerst zijn ontslagen. Als de predikanten hun aanstellingsrecht verliezen, zal het toekomen aan de Nederlandse predikanten, waarna het gevreesde bezwaar vaker zal voorkomen.
Wat het derde artikel betreft zijn de predikanten bedroefd dat hun - conform alle andere gereformeerde kerken - wettelijke handelwijze inzake de toelating van predikanten en andere heilige daden uit onwetendheid of kwaadwilligheid door Z.M. als noviteiten of in andere termen wordt omschreven. Zij hebben uitsluitend passend en conform de huidige praktijk van andere kerken en met toestemming van de kerken in hun gastland gehandeld. Z.M. hoeft niet te vrezen voor de invoering van nieuwe riten of ceremoniën, aangezien de predikanten dit nooit van plan zijn geweest en nooit zullen doen. Nieuwe liturgieën zijn immers niet alleen namens de koning maar ook op gezag van HHM verboden.
Inzake het vierde artikel begrijpen de predikanten niet hoe Z.M. kan vermoeden dat er katholieken, arminianen of andere sektariërs onder hen zouden zijn. Zij blijven altijd achter de door de Engelse en Nederlandse kerken bevestigde waarheid staan.
Inzake het vijfde artikel menen de predikanten niet dat de vader van Z.M. hun minder gezag had willen toebedelen dan de Franse kerken in de Republiek is verleend. Zij hopen ook niet dat Z.M. hun gezag zou willen bekorten en vertrouwen erop dat hij het beleid van zijn vader zal voortzetten en bevestigen. Van hun kant beloven de predikanten als trouwe onderdanen HHM, alle kerken en Z.M. tevreden te stellen inzake alle in dit artikel genoemde punten.
HHM gelasten die van de synode zich te houden aan de regels van het land.

1 Enkele Latijnse en Griekse citaten zijn weggelaten en vervangen door drie punten. Beide stukken zijn geïnsereerd in S.G. 3187 en gedrukt in: Aitzema, S. & O. kwarto II, 602-609/folio I, 765-768.
2 Punt IV en V worden tevens 'a' en 'b' genoemd en staan in omgekeerde volgorde.
3 De titel van dit werk luidt: Apologia pro iuramento fidelitatis quidem anonumos; nunc vero ab ipso autore ... Jacobo ... Magnae Britannicae, Franciae et Hiberniae rege ... Londen, 1607.