12/07/1628, 20

12/07/1628, 20

20 Nieustadt en Aert van Eck, raden van de Admiraliteit te Rotterdam, compareren en dienen hun verbaal in over de betaling en visitatie van de vier in de Waal op wacht liggende oorlogsschepen en de overplaatsing van de bemanning op de redoutes, conform de resoluties van HHM d.d. 29 mei en 6 juni en van de RvS d.d. 1 mei.
1 Op 18 juni hebben Nieustadt en Van Eck in Nijmegen 27.500 pond van 40 groten ontvangen van de commies van ontvanger-generaal Doubleth. Vervolgens zijn zij naar het voor Kekerdom op wacht gelegen oorlogsschip gegaan, waarop kapitein jonkheer Dirck van Brienen met 33 bemanningsleden heeft gediend. Zij achten 23 bemanningsleden hiervan geschikt voor dienst op de redoutes, onder wie de luitenant. Hij is provisioneel aangesteld als commandant op de redoute van Kekerdom. Tevens bezochten zij het voor het viswater gelegen schip van kapitein Albert van Velsen. Van diens 28 bemanningsleden vonden zij er negentien geschikt om op de redoutes te dienen.
De in totaal 42 mannen zullen onder commando van kapitein Brienen dienen op de redoutes in de Overbetuwe. Hoewel deze redoutes conform de last van HHM tezamen met zestig man moeten worden bezet, hebben de afgevaardigden besloten tot de onderstaande provisionele verdeling:
Tien mannen worden met de genoemde luitenant op de redoute van Kekerdom geplaatst.
Aangezien de kapitein van de bij het huis te Oosterhout op de Schoordijk gelegen redoute nog achttien man te weinig heeft, hebben de afgevaardigden deze niet bemand en de kapitein gelast zo spoedig mogelijk de rest van zijn volk aan te nemen.
Op de redoute Den Overdijelick, boven het huis te Loenen op de Schoordijk, zijn twaalf mannen met een sloep aangesteld.
De redoute van Winssen heeft de kapitein bezet met negentien man met twee sloepen.
Op het voor Winssen gelegen oorlogsschip waarop kapitein Jan Jacobsz. van Nes dient, hebben de afgevaardigden 28 mannen aangetroffen, van wie zij er 23 geschikt achten. Provisioneel hebben zij de schipper daarbij opgeteld. Van de achttien bemanningleden van het voor Ulennest [onder Tiel] gelegen oorlogsschip van schipper Henrick Coenen de Gruys zijn tien mannen geschikt. In totaal zijn er hier dus 33 mannen beschikbaar.
Uiteindelijk hebben 48 mannen opdracht onder kapitein Jan van Nes te dienen op de vier redoutes in de Nederbetuwe. Deze zijn reeds als volgt onderverdeeld en voorzien van een sloep:
Twaalf man op de redoute van de Kesterense waard, onder wie schipper Willem Wolphertsz..
Twaalf man op de redoute op het boven het huis te Leeuwen gelegen "Caesant"
Twaalf man op de redoute van "Berchswaert", de Schelvis genaamd.
Twaalf man op de redoute De Vogelsanck.
De betaling van de vier scheepsbemanningen bedraagt:
6.100 pond 5 st. 4 d. aan kapitein Brienen en zijn bemanning.
4.383 pond 1 st. 9 d. aan kapitein Aelbert van Velsen.
4.558 pond 3 st. 9 d. aan kapitein Van Nes.
2.056 pond 17 st. 4 d. aan schipper Henrick Coenen de Gruys.
Het totaalbedrag van 17.098 pond 8 st. 2 d. wordt afgetrokken van de 27.500 pond, zodat er nog 10.401 pond 11 st. 10 d. in kas is.

1 Het verbaal is geïnsereerd in S.G. 3187.