14/07/1628, 10

14/07/1628, 10

10 Naar aanleiding van het rapport van de afgevaardigden inzake de verschillende declaraties van Berck keuren HHM enkele op de eerste declaratie geroyeerde posten ter waarde van 95 gld. goed.
Van de tweede declaratie passeren zij 800 Venetiaanse dukaten, waarmee Berck in drie jaren voor geheime diensten heeft betaald. Van diezelfde post royeren zij 500 dukaten, die Berck heeft opgevoerd als in 1624 bij het bezichtigen van steden en forten in Venetië gemaakte reiskosten.
Inzake de derde declaratie houden HHM vast aan hun apostille van 15 mei.
HHM verhogen de vierde declaratie met 858 Kar.gld., voor het vrachtloon voor acht balen van naar Venetië gebrachte goederen, en met 1.135 gld. 15 st. voor de verzekering van zijn toentertijd over water vervoerde goederen. Tevens is deze declaratie verhoogd met 1.400 gld. Dit bedrag is voor een jaar en negen maanden conform de resolutie van 22 april 1623 aan Isaack Lus betaald loon à 800 gld. per jaar, met 166 2/3 aan Lus betaalde Venetiaanse dukaten voor diens reis naar Turijn om ambassadeur Berck daar tegemoet te komen en met 125 gld. wegens een kwart jaar gage voor de predikant tijdens Bercks zeereis van 1 okt. 1622 tot 1 jan. 1623, voordat zijn traktement was ingegaan.
De overige aanspraken van de erfgenamen van Berck worden afgewezen. Dit betreffen de kosten voor de inzet van de secretaris à 800 gld. per jaar sinds het vertrek van Isaack Lus, de onkosten voor de meubelen in het logement in Venetië bij de aankomst van de ambassadeur aldaar, de aanvang van het traktement van Berck, die negen dagen later is aangekomen dan volgens het reglement is toegestaan, de begrafeniskosten en anderszins. Wel keuren zij de vier dagen na Bercks terugkeer naar Dordrecht goed, aangezien hij in deze periode zijn rapport moest doen. HHM laten de erfgenamen op hun kosten alle papieren inzake deze legatie bij hen inleveren en alle genoemde punten met de ontvanger-generaal verrekenen.