17/07/1628, 12

17/07/1628, 12

12 In aanwezigheid van de RvS lezen HHM de door Oenema namens de Staten van Friesland ingediende propositie inzake de zuivering van de defecten van de consenten voor de Admiraliteit van 1622 tot en met 1627 en het aannemen van de voorgestelde repartitie van de daarboven door de Admiraliteit geleden 2.500.000 pond schuld. Daarnaast hebben zij de door de Staten gegeven verklaring over deze punten onderzocht. 1
Conform de last van HHM is Tinco van Oenama op 6 juni 's avonds van 's- Gravenhage naar Leeuwarden gereisd, waar hij op 8 juni om acht uur 's ochtends is aangekomen. Daar vernam hij dat de Staten van Friesland de zaterdag ervoor waren vertrokken en reces hadden genomen tot 26/16 juni. Aangezien een meerderheid van de afgevaardigden nog aanwezig bleek te zijn, heeft Oenama de vergadering op de hoogte bracht van de reden van zijn bezoek. Toen hij hoorde van het langdurige uitstel door afwezigheid van de volmachten, heeft hij hun verzocht de gevolmachtigde heren zo spoedig mogelijk te ontbieden. Zij waren aangespoord op 19/9 juni in Leeuwarden te zijn om van het voorstel van Oenama namens HHM te vernemen. Hierop is op 12/22 juni een minderheid van gevolmachtigde heren ter vergadering verschenen. Op 19/29 juni heeft Oenama zijn last herhaald aan de andere ter vergadering verschenen heren.
Ten eerste heeft Oenama de heren verzocht te besluiten een geschikte regeling te treffen inzake de betalingen van de door de RvS verzochte petities ter ondersteuning van de Admiraliteit van 1622 tot en met 1627. Hun achterstallige betaling daarin bedraagt 530.630 pond 14 st. 3 d., waarvan hun consent in navolging van de andere provincies wordt afgewacht.
De Friese Staten verklaren hierop nauwelijks te kunnen geloven zoveel schuldig te zijn aan het subsidie voor de Admiraliteit dat daardoor de uitrusting van de vloot is vertraagd. Wanneer zij in gebreke zouden zijn gebleven bij de betaling van het subsidie, dan zullen zij aantonen bij de betaling van de consenten - met name de extraordinaris voor de oorlog te land - evenveel of zelfs meer dan de andere provincies te betalen. Bij een goede berekening en vergelijking van de afzonderlijke defecten zal blijken dat Friesland niets meer hoeft te betalen over de genoemde jaren.
Ten tweede heeft Oenama de Staten gevraagd net als de andere provincies de consenten te dragen van het verzochte 2 ½ miljoen ter aflossing van de extra schulden van de Admiraliteit. Dit is besteed aan de buitengewone uitrusting van de marine tegen vijandelijke aanvallen uit plaatsen als Duinkerke, Oostende en Blankenberge. Het geld kon niet worden geleend van kooplieden, zoals voor het Bestand is gebeurd, terwijl ook de konvooien en licenten minder opbrachten dan voorheen. Als men de maritieme defensie niet spoedig ondersteunt met voldoende geld, zal de oorlog op zee worden verloren en lijkt het onmogelijk het land te behouden.
De Friese Staten begrijpen niet hoe de 2.500.000 pond schuld boven het gulle jaarlijkse subsidie en de dagelijkse inkomsten uit konvooien en licenten is ontstaan. Zij kunnen niet instemmen met de quote zonder over een nauwkeurig overzicht van de met het subsidie gedane uitgaven te beschikken. Tevens willen zij weten wanneer, door wie en hoe de schulden zijn ontstaan en wie deze moet terugbetalen. De ene provincie mag niet door het beleid van de andere worden bezwaard.
Op advies van de RvS laten HHM de bezending naar de Friese Staten doorgaan, waartoe Essen, Van der Dussen en thesaurier-generaal Van Goch zijn aangesteld. Essen en de Staten worden hiervan en van de intussen door beide andere heren opgestelde instructie op de hoogte gesteld, terwijl de Staten ook wordt verzocht een landdag uit te schrijven op maandag, als laatste dag van de maand n.s. De afgevaardigden van HHM zullen de heren Staten daar openbaren waaraan de inkomsten van de Admiraliteitscolleges en de verstrekte subsidies zijn besteed, hoe, wanneer en door wie de schulden zijn ontstaan en wie deze moet betalen. Met deze nadere informatie kunnen de Staten eenvoudiger instemmen met de twee genoemde punten, in navolging van alle andere provincies die volledig consent hebben gedragen voor het bestuur van de marine, behalve Groningen . HHM zullen de Staten van Groningen schriftelijk aansporen hun consenten voor de oorlog te land en ter zee vóór maandag aan de afgevaardigden te Leeuwarden te sturen, opdat deze zich daaraan kunnen houden.

1 De verklaring is geïnsereerd in S.G. 3187.