18/07/1628, 19

18/07/1628, 19

19 In een op kasteel Kronenborg geschreven brief d.d. 14 mei verleent de koning van Denemarken geloofsbrieven voor ambassadeur Pallen Rosenkrantsz. Krachtens deze doet Rosenkrantsz. een propositie.1
I Uit alliantieverplichtingen en vriendschap laat de Deense koning weten opnieuw door enkele grote vorsten te zijn verzocht verdragen te sluiten om een eind te maken aan de oorlog. Hoewel hij ervan overtuigd is dat de vijand zo probeert zijn bedoeling te achterhalen en onenigheid te zaaien onder de bondgenoten, heeft Z.M. toch enkele van zijn raden gelast om de voorwaarden van de vijand te vernemen. Hiervan maakt de vijand gebruik om hem in een kwaad daglicht te stellen. Zodra de tijd en plaats zijn bepaald, zal de koning de voorwaarden voorleggen aan HHM om deze gezamenlijk te bespreken.
II Z.M. vraagt HHM ter ondersteuning een paar duizend musketiers te sturen, zonder dit in mindering te brengen op de ordinaris subsidie. Deze musketiers moeten voorzien van wapens en munitie langs de Elbe worden ingezet voor de koning.
III Z.M. wilde zijn uit Stade gekomen Schotse soldaten doen overbrengen ter ondersteuning van Glückstadt. Deze zijn echter uiteengegaan wegens gebrek aan onderhoud, terwijl de secretaris van de koning HHM daartoe dikwijls heeft aangespoord.
IV Ook de uit Stade afkomstige Engelsen zullen conform het verdrag niet zo snel mogen terugkeren in dienst van Z.M. Hij hoopt daarom dat HHM hen intussen willen onderhouden en in dienst nemen. In hun plaats moeten zij evenveel andere soldaten aan hem sturen, op voorwaarde dat de koning van Groot-Brittannië daarmee instemt.
V De meeste schepen van Z.M. zijn in het oosten, noorden en westen op verschillende missies. Daarom vraagt Z.M. HHM conform hun aanbod vier oorlogsschepen te sturen. Deze kunnen met enkele Deense schepen de Sont bewaken en de maritieme plannen van de vijand dwarsbomen.
VI Z.M. vraagt HHM om spoedig de resterende subsidies en de aan wapen- en munitieleveranciers verstrekte assignaties te betalen. Zijn secretaris heeft hier zo vaak om gevraagd.
VII Ook moeten HHM aandringen op rechtvaardigheid inzake het geld dat hier al aan enkele particulieren is gegeven, waarover de secretaris van de koning hen eveneens uitvoerig heeft ingelicht.
VIII Z.M. verzoekt ook om de uitvoer van het gekochte buskruit. Er is immers voldoende buskruit of tenminste voldoende salpeter in de Republiek aanwezig.
IX Z.M. zegt te zijn verzekerd dat hij wapens en munitie altijd vrij mag uitvoeren.
X De Nederlandse ambassadeurs in Engeland2 moeten opdracht krijgen de Deense ambassadeur daar te helpen bij het aandringen op de beloofde subsidie.
XI Als HHM op hun beurt de hulp van de Engelse koning nodig hebben, zal de Deense ambassadeur zich daarvoor inzetten.

1 De in het Frans gestelde propositie is geïnsereerd in S.G. 3187 en gedrukt in: Aitzema, S. & O. kwarto II, 653-654/folio I, 787.
2 Dit zijn Randwijck en Pauw .