18/08/1628, 16

18/08/1628, 16

161 Vanwege de afwezigheid van Noortwyck en thesaurier-generaal Van Goch berichten Bruininx en Schaffer conform de resoluties van 24 en 29 juli mr. Govert Brasser namens diens broer Joost Brasser te hebben gehoord. Deze heeft hun een originele kwitantie d.d. 6 jan. laten zien van Josias van Vosbergen ten behoeve van Joost Brasser ter waarde van 90.000 pond. Dit bedrag was afkomstig van het subsidie van HHM voor Z.M. van Denemarken. Daarnaast heeft Govert Brasser gezegd dat Vosbergen in ruil voor de generale kwitantie zijn eigen ontvangstbewijzen met een evenredige waarde als het genoemde bedrag had opgevraagd. Ook heeft Vosbergen een renversaal van de 18.000 pond opgeÃĢist voor de door Brasser nog aan hem te leveren wapens en lonten. Verder heeft mr. Govert een originele kwitantie van Vosbergen getoond d.d. 6 jan., waarbij Joost Brasser 30.000 rijksdaalder werd kwijtgescholden. Dit bedrag zou Brasser namens de Deense koning betalen in Constantinopel [Istanbul]. Daarnaast heeft mr. Govert de vertaling overlegd van een geheim verleende akte en de ondertekening van Z.M. d.d. 2/12 dec. 1627, waarin Z.M. instemt met de door Vosbergen en Brasser overeengekomen 30.000 rijksdaalder. Ook heeft mr. Govert een in Amsterdam gedane schriftelijke aanzegging getoond namens Vosbergen aan Brasser d.d. 8 augustus. Volgens deze aanzegging heeft Vosbergen Brasser verboden wapens of lonten te leveren, noch om kwitanties, rekeningen of documenten aangaande de tussen hen overeengekomen zaken aan iemand anders te tonen dan aan hemzelf. Dit op straf van nietigheid en schadevergoeding. Namens zijn broer heeft mr. Govert verklaard dat indien Vosbergen afstand zou doen van zijn protestatie en verbod, Joost Brasser bereid is de resolutie na te volgen inzake de 90.000 pond. Secretaris Gunter moet dan wel van zijn kant eveneens deze resolutie op dit punt navolgen.
Verder heeft Govert Brasser verklaard dat zijn broer, indien deze met een goed koopman uit de Republiek van doen zou hebben, het besluit van HHM over de 30.000 rijksdaalder zou aannemen. Hij is echter bevreesd dit punt aan te nemen zoals het is, waarna hij erover met secretaris Gunter in nieuwe conflicten verzeild raakt. Niettemin is Brasser tevreden dat Gunter een akte van cautie wil opstellen. Als de borg is aangewezen en Brasser deze heeft gezien, dan zal hij er nader op toezien.
HHM nemen geen besluit hierover.

1 In S.G. 53 ontbreekt een klein gedeelte van de tekst van deze resolutie door een afgescheurde hoek, zodat is gebruikgemaakt van S.G. 3187.