29/10/1628, 1

29/10/1628, 1

1 De afzonderlijke afgevaardigden van de stad Emden en van de boerenstand hebben de gecommitteerden van HHM in opdracht van hun lastgevers hetzelfde verzoek gedaan als enkele maanden geleden. Toen wilde men hun gedurende zes maanden drieduizend soldaten lenen om met hun hulp het in Oost-Friesland gelegen volk van de keizer te verdrijven. Daarna zou men de belangrijke plaatsen en wegen versterken. Nadat hierover verschillende besprekingen zijn geweest heeft Z.Exc. dit verzoek besproken met de genoemde afgevaardigden en de uit de provincies toegevoegde Culenborch, Noortwijck en Duvenvoorden, Beaumont, Ploos, Eijsingha, Marten Alberts en Schaffer. Z.Exc. en deze afgevaardigden achten het in deze tijd niet nuttig om dit te ondernemen. Ten eerste kleven er veel moeilijkheden aan deze zaak, zowel vanwege het grote aantal door de keizerlijken bezette plaatsen, het jaargetijde en andere ongunstige omstandigheden. Bovendien achten de afgevaardigden van de provincies zich niet gelast om zich zo tegen de keizer te keren, ook al gebeurt dit onder het voorwendsel van een lening of een verandering van de eed.
Zelfs als deze redenen zouden zijn opgelost, achten de afgevaardigden het onmogelijk voor het invallen van de vorst de plaatsen en wegen te versterken. In het geval van een droge zomer of bij vorst zouden deze fortificaties toch te gebrekkig zijn om de keizerlijken of de Spanjaarden tegen te houden.
Omdat men vreest dat die van Emden bij een botte weigering uitzonderlijke en voor de Republiek schadelijke besluiten zouden kunnen nemen, laten HHM hun afgevaardigden nader spreken met die van Emden en hun al deze bezwaren voorleggen. Zij moeten hun er in het bijzonder op wijzen in ieder geval te letten op het onderhouden van soldaten en het bouwen van forten. Zij moeten de afgevaardigden terugsturen met een uitstel en een repartitie vragen van hun middelen opdat hun verzoek - als het seizoen geschikter is dan nu - met meer grond kan worden behandeld en erover kan worden besloten. Intussen kunnen de gedeputeerden van de provincies nadere last van hun principalen proberen te krijgen.
De afgevaardigden hebben dit aan die van Emden meegedeeld, waarop deze zijn vertrokken. Hierover hebben de afgevaardigen bericht aan HHM.
HHM laten deze resolutie en de gevolgen ervan in het secrete resolutieboek schrijven.