11/11/1628, 16

11/11/1628, 16

16 Walta en thesaurier-generaal Van Goch compareren. Zij berichten dat de fiscaal in hun aanwezigheid Philippe de la Mangerye heeft verhoord. Deze soldaat van de compagnie van kapitein Saldaigne heeft zich is in Frankrijk vaandrager van het regiment van D'Estuyaux genoemd. De la Mangerye is verhoord omdat hij in die hoedanigheid tegen enkele heren in Parijs en tegen de koning in het leger voor La Rochelle heeft gezegd te zijn gezonden door alle Franse officieren in staatse dienst. Hij zou hun hebben bericht dat de graaf van Laval met achttien kaperschepen uit Zeeland was weggevaren om met de Engelse vloot La Rochelle te helpen. De gevangene ontkent dit echter te hebben gezegd.
Conform de resolutie van HHM hebben Walta en Van Goch ambassadeur De Beaugy gevraagd om het verhoor zelf bij te wonen of daartoe in ieder geval iemand te sturen. De ambassadeur heeft dit echter geweigerd en gezegd alles toe te vertrouwen aan de heren Staten. Na het verhoor hebben zij de ambassadeur op de hoogte gebracht van de verklaring van de gevangene. Daarnaast hebben zij hem voorgesteld om de gevangen soldaat in zijn logement te laten verblijven zodat hij afzonderlijk nader door de ambassadeur kan worden ondervraagd. Ook dit heeft De Beaugy geweigerd met de verklaring erop te vertrouwen dat de soldaat niets anders zou zeggen dan hij nu al heeft gedaan. Hij zal een kopie van de verklaring aan zijn koning sturen.
HHM zullen hun ambassadeurs in Frankrijk hierover berichten en hun een kopie van de verklaring sturen, opdat deze informatie in het grootste voordeel van de staat kan worden aangewend. De soldaat blijft zonder voortzetting van zijn zaak in hechtenis totdat er een antwoord van de ambassadeurs is gekomen.