15/11/1628, 14

 
English | Nederlands

15/11/1628, 14

14 HHM horen de beweegredenen van Joachimi over de op 11 nov. in zijn handen gekomen brief van de gedelegeerde rechters in de zaak Amboina [Ambon].
Na resumptie van deze brief en lezing van het rekest van de beschuldigde voormalige rechters en raden van Amboina sturen HHM een kopie van deze stukken aan hun ambassadeurs in Engeland. Deze moeten zich bij de koning en diens raad tot het uiterste inspannen opdat de Engelse aanklagers van de genoemde beschuldigden naar de Republiek worden gestuurd, zodat deze nader gehoord en desnoods geconfronteerd kunnen worden. Anders moeten de ambassadeurs de koning vragen om zijn ministers in de Republiek te machtigen in de zaak van de beschuldigden te laten concluderen en recht te verzoeken over de door hen ingeleverde stukken. Daarbij moeten de ambassadeurs nadrukkelijk verklaren dat het onmogelijk is dat de aanklagers langer van huis, vrouw en kinderen zullen blijven dan enkele beschuldigden die dit al jarenlang zijn. Laatstgenoemden beginnen wanhopig te worden en beschuldigen de regering van misbruik, aangezien men hun geen recht laat krijgen.