12/12/1628, 5

12/12/1628, 5

5 In aanwezigheid van Z.Exc. wordt de brief geresumeerd van de Admiraliteit in Zeeland d.d. 10 dec., alsmede verschillende daaropvolgende berichten dat de vijand zich ter zee zeer sterk equipeert en reeds zeventien van zijn schepen in een vloot heeft laten uitvaren. Deze kruisen in Het Kanaal om te letten op de vendangevaarders en de vloot van admiraal Pieter Hein.
Op advies van Z.Exc. schrijven HHM de Admiraliteit te Amsterdam , die in Zeeland en in Het Noorderkwartier hun eskaders en andere oorlogsschepen onder hun leiding en bestemd ter bezetting van de kust van Vlaanderen alsmede de uit de verschillende kwartieren uit zee binnengelopen schepen naar de Hoofden [Nauw van Calais] te laten uitvaren, alwaar ze in de buurt moeten blijven. Samengekomen moeten deze schepen met vereende krachten en onder het gezag van iemand die Z.Exc. zal aanwijzen de vijand opsporen en vernietigen. De Admiraliteiten moeten HHM en Z.Exc. regelmatig laten weten om hoeveel schepen (kruisers of andere) het gaat en wanneer ze zullen vertrekken. Ook moeten zij zo snel mogelijk de namen toesturen van de kapiteins die reeds eerder vertrokken zijn, om hen door Z.Exc. alsmede door de Admiraliteiten op de hoogte te stellen van deze resolutie. Aangezien uit de brief van Nobel d.d. Hellevoetsluis 10 dec. blijkt, dat het gehele eskader van de Admiraliteit te Rotterdam alsmede de schepen van dit College bestemd voor de kust van Vlaanderen in het Goereese Gat worden gereedgemaakt, laten HHM het College deze schepen in een vloot naar de genoemde plaats van samenkomst sturen. Maar eerst moeten zij de Rouenvaarders die gereedliggen tot buiten de gevarenzone konvooieren, indien dit naar behoren kan geschieden.