16/12/1628, 13

16/12/1628, 13

13 Essen en andere gedeputeerden hebben in aanwezigheid van Z.Exc. besprekingen gevoerd met Joachimi. Ten eerste over de Oost-Indische Compagnie en over het nakomen van de bepalingen inzake het vrijgeven van drie in Engeland gearresteerde Oost-Indiëvaarders. Verzocht is commissie te depêcheren voor degenen die in Engeland namens HHM de misverstanden tussen de Engelse Oost-Indische Compagnie en de VOC zullen afhandelen en om geloofsbrieven aan de koning over deze materie. Ten tweede is gesproken over Amboina [Ambon]. Op het derde punt heeft Joachimi te kennen gegeven dat hij erop vertrouwt dat HHM hem de geleden schade door de brand in zijn woning te Londen zullen vergoeden en hem niet zullen wegsturen voordat zij een voorlopige opdracht hebben gegeven om weer een huishouding te voeren die HHM tot eer strekt. Ten vierde is gesproken over het vuurbaken te Lizard Head, op grond waarvan van de schepen die te Plymouth vanuit het westen op de rede komen, bakengeld wordt geïnd. Ten vijfde kwam aan de orde dat op commissie varende vrijbuitende kapiteins in Ierland en in Engelse havens binnenlopen alwaar ze de buit verkopen. Hiermee plegen ze fraude ten opzichte van HHM, Z.Exc. en hun reders. Ten zesde hebben zij gesproken over de inspanningen die gepleegd zouden moeten worden om de 650.000 gld. die zijn verstrekt aan Mansvelt terug te krijgen, alsmede om het resterende geld dat is voorgeschoten voor het onderhoud van vier regimenten ter assistentie, krachtens de defensieve alliantie van 1624 met de kroon van Groot-Brittannië. Ten zevende zijn de geschenken voor de commissarissen van het traktaat van Southampton aan de orde gekomen en de twaalf of veertien naar Frankrijk gezonden valken, alsmede de onbetamelijkheden van Nederlandse vissers in Schotland. Ten achtste vroeg Joachimi om een akte van autorisatie ter betaling van 800 gld. aan ingenieur Willem Engelbert om hierheen te komen en hem en zijn instrumenten zonder verdere kosten voor hem over te brengen met een oorlogsschip. Ten negende is besproken hoe belangrijk het is voor het behoud van deze staat en de koningen van Frankrijk en Engeland dat de Sont, de Eider, de Elbe, de Wezer, Jade en de Eems niet onder invloed van Spanje komen of binnen de invloedsfeer van personen die Spanje het gebruik van deze stromen niet zouden kunnen of willen verbieden. Ze hebben gesproken over de maatregelen die de geallieerde koningen van Frankrijk, Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden, alsmede de Hanzesteden daartegen zouden kunnen nemen. Ten tiende is de schikking tussen de koningen van Frankrijk en Groot-Brittannië besproken. Ten elfde vroeg Joachimi hoe hij zich in Engeland moet opstellen ten aanzien van de onderhandeling die volgens sommigen tussen de koningen van Groot-Brittannië en Spanje gaande zijn.
HHM zullen deze punten voor onderzoek en advies ter hand stellen aan de gedeputeerden.