19/12/1628, 13

19/12/1628, 13

13 Oijen, Noortwijck, Ploos en thesaurier-generaal Van Goch berichten de remonstrantie te hebben onderzocht van de weduwe en erfgenamen van ambassadeur Berck. Ten eerste verzochten zij HHM alsnog om een positief besluit op het verzoek tot vergoeding van de kosten die Berck wegens het meubileren van het paleis en andere noodzakelijkheden heeft gemaakt bij zijn aankomst en ontvangst te Venetië, ten tweede om 800 gld. jaarlijks voor het onderhoud van een secretaris de la lingua vanaf de laatste betaling die aan Lus is gedaan en ten derde om uitbetaling van de daggelden van de ambassadeur tot de dag van zijn begrafenis.
Conform het advies van de gedeputeerden wijzen HHM het verzoek op het eerste punt af. Op het tweede punt besluiten zij dat de weduwe en erfgenamen sinds de laatste betaling aan Lus net zoveel uitgekeerd zullen krijgen als tegenwoordig de huidige ambassadeur te Venetië Oosterwijck. Ten derde zullen de daggelden van wijlen de ambassadeur worden betaald tot zijn sterfdag.