02/01/1629, 15

02/01/1629, 15

15 Uit een extract van een door Phillips Jacobsz. geschreven brief d.d. Londen 23 dec. 1628 blijkt dat het door admiraal Pieter Hein in West-Indië op de Spanjaarden veroverde galjoen zo lek was, dat het te Falmouth gelost moest worden. De officieren van de Engelse koning eisen tol over het breken van de last. Verder meldt Jacobsz. dat ter hoogte van Falmouth zeventien Duinkerkers met dubbele bemanning wachten op het vertrek van de vloot van admiraal Hein, die deels in Plymouth, deels in Falmouth voor anker ligt.
De afgezanten in Londen krijgen de opdracht er bij de koning van Groot-Brittannië voor te ijveren de schepen van de WIC vrij te stellen zijn van de geëiste tol als dat overeenstemt met het traktaat van Southampton. Zij moeten ook in andere mogelijke zaken de WIC bijstaan. Tevens wordt beslist luitenant-admiraal Dorp, de vice-admiraals Lieffhebber en Berchum en de vice-admiraal van Zeeland te bevelen met hun schepen naar Het Kanaal te varen en daar de vendangevaarders en de vloot van admiraal Heyn tegen de vijand te beschermen. Indien de vijandelijke schepen westwaarts Het Kanaal opvaren, moeten zij hen achtervolgen en vernietigen. In elk geval moeten zij met elkaar overleggen hoe de plannen van de vijand te dwarsbomen.