20/01/1629, 16

20/01/1629, 16

16 Eck en andere gedeputeerden van HHM, alsmede raad van State Schotte en thesaurier-generaal Van Goch brengen verslag uit van hun onderzoek naar het oppervlaktekohier van de landen in het Vrije van Sluis in Vlaanderen, opgemaakt door burgemeesters en schepenen aldaar.
HHM besluiten alle huurgelden van de gronden, schorren, gorsen, tienden, grienden, graaslanden, de viswateren en vogelplaatsen en soortgelijke winstgevende onroerende goederen in het gebied onder HHM, met de zesde penning te belasten. Deze verponding geldt ook in de ambachten van Axel en Terneuzen, maar niet in de gebieden onder vijandelijke contributie. De concessies en octrooien mogen hierdoor niet geschonden worden en om dat te controleren moeten de desbetreffende stukken erop nagezien worden.
De uitvoering van deze verponding en de aanleg van kohieren van morgens en kwartieren in de polders in Vlaanderen wordt toevertrouwd aan Brunincx, twee leden van de RvS en iemand van de Gecommitteerde Raden van Zeeland die geen belangen hebben in dit gebied. Zij zullen daarbij de instructie volgen die de Staten van Holland eerder hebben opgesteld ter verbetering van de verpondingen binnen Holland. Nog voor de afloop van het beraad zullen HHM op de ontvangst van de verponding de nodige maatregelen nemen.