13/02/1629, 4

13/02/1629, 4

4 Jacob Jansz. Wits, burger van Amsterdam, c.s. schrijven in een rekest dat hun zonen, echtgenoten en echtgenotes op de terugweg uit Hamburg op een kaagschuit op de Elbe door een groep soldaten uit Glückstadt zijn overvallen en vermoord. Zij werden beroofd van hun goederen, koopwaar en 3.700 rijksdaalder. Van de betrokken soldaten zijn er naderhand drie te Hamburg en zeventien te Glückstadt gevangengenomen. De supplianten verzoeken HHM voorschrijven en brieven van intercessie te verlenen, opdat zij de teruggave van de schuit, de goederen en het geld kunnen verkrijgen.
HHM schrijven de raad en magistraat van Hamburg dat zij de gevangen soldaten naar behoren moeten straffen en de boot, de goederen en het geld moeten laten teruggeven. Er wordt tevens aan de gouverneur van Glückstadt geschreven dat hij zijn gevangenen moet straffen en de supplianten hun goederen en geld moet laten teruggeven. Ten slotte krijgen resident Aissma en commissaris Hoogenhouck de opdracht om de supplianten op alle manieren bij te staan - respectievelijk in Hamburg en Glückstadt - bij het terugvorderen van de goederen, het geld en de schuit.