12/03/1629, 13

12/03/1629, 13

13 Bas en Beaumont rapporteren dat kapitein Cleuter nog voor het versturen van de brief door HHM op 10 maart van Amsterdam naar 's- Gravenhage is gereisd. Daar hebben zij in aanwezigheid van Z.Exc. met hem gesproken over het voorgenomen plan. De kapitein heeft gezegd dat zijn schip en dat van de Admiraliteit in Zeeland in Vlissingen gereedligt. Hij achtte het raadzaam het jacht van de Maas en het schip uit het Noorderkwartier zo snel mogelijk naar de Wielingen te sturen. Als voorwaarde voor het welslagen van het plan zouden elk schip en het jacht naast hun gewone boot uitgerust moeten worden met een walvisvaarderssloep. In deze drie schepen en het jacht was voor niet langer dan vier maanden mondvoorraad geladen. Het was dus niet mogelijk om naast de bevrijding van de gevangenen in Algiers, Tunis en Palermo de schepen voor andere doeleinden in te zetten.
HHM bepalen dat de schepen alleen mogen worden ingezet voor de voorgenomen plannen of voor onvoorziene omstandigheden op de kusten van Spanje en Portugal. Daarvoor zal Cleuter als commandeur over de vier schepen van Z.Exc. een instructie en commissie krijgen. HHM zullen de Admiraliteit te Rotterdam en die in het Noorderkwartier schrijven hun schepen naar de Wielingen te laten varen. Alle Admiraliteiten wordt gevraagd de schepen en het jacht te voorzien van een walvisvaarderssloep.