21/03/1629, 14

21/03/1629, 14

14 Thesaurier-generaal Van Goch deelt ter vergadering mee dat dr. Cornelis Pynaecker, gezant van HHM, in Tunis 1.000 realen van achten heeft getrokken onder borg van Lambertus Verhaer. Deze heeft geprotesteerd. Uit de op 14 feb. gesloten rekening van de tegoeden van Pynaecker blijkt echter dat deze som voldaan moet worden door de Generaliteit. De Directeurs van de Levantse Handel hebben deze berekend op een totaalbedrag van 3.234 realen van achten tot 44 st., in gulden 7.761 gld. 4 st. (de som inclusief kosten voor wissel en herwissel, rente van drie jaar tegen 2½ procent per maand, alsmede assurantie van het geld op het traject Livorno-Tunis à zes procent). Dit bedrag moet zeker betaald worden om een eind te maken aan de hoge rente.
De vergadering machtigt de Admiraliteit te Amsterdam om het genoemde bedrag van 7.741 gld. 4 st. op rente te lenen ten laste van de Generaliteit. Dit bedrag moet worden afgelost uit de lastgelden van de schepen die door de Straat van Gibraltar varen. Het bedrag moet de Directeurs ter hand worden gesteld om naar Tunis over te maken.