31/03/1629, 15

31/03/1629, 15

15 Eck en de andere gedeputeerden rapporteren over hun besprekingen conform de resolutie d.d. 24 maart over het sturen van een gezantschap naar de grootvorst van Moskovië om een geregelde graanhandel tussen zijn landen en de Republiek op te zetten. Zij hebben de rekesten van de verschillende kooplieden waarin om een dergelijke graanhandel wordt verzocht, bestudeerd en hebben met de supplianten gesproken. De supplianten zijn het erover eens dat de handel in compagnieverband ondernomen moet worden, om de handelaars te beschermen tegen overlast van de Russen. Op de kusten en in de havensteden valt geen graan te halen, men moet het daarentegen diep vanuit het binnenland aanvoeren. Om duurte of schaarste te voorkomen achten de kooplieden het raadzaam een groot magazijn te bouwen dat voortdurend van nieuw graan wordt voorzien. De voorgestelde compagnie moet niet zo groot worden als sommige supplianten aanvankelijk voorstelden, omdat het alleen graanhandel betreft, waaraan jaarlijks niet meer dan 200.000 à 300.000 gld. besteed wordt en in tijden van grote duurte maximaal 500.000 à 600.000 gld. Aan het gezantschap moet een bekwaam persoon uit de regering van de Republiek deelnemen, gelast om met de grootvorst te onderhandelen over nadere betrekkingen of een alliantie tussen beide landen. Met de eigenlijke graanhandel mag deze gezant zich niet bemoeien. De compagnie stuurt namelijk een commissaris mee in het gezantschap die Russisch spreekt, die met het hof van de grootvorst vertrouwd is en die specifiek de graanhandel zal behartigen. De kosten voor het gezantschap moeten door de Generaliteit worden betaald en kunnen eventueel teruggevorderd worden uit een aantal extraordinaris belastingen op het ingevoerde graan.
De gedeputeerden van Holland verklaren hierover nog geen beslissing te kunnen nemen en willen er onderling verder over beraadslagen. HHM willigen dit verzoek in.