10/04/1629, 5

10/04/1629, 5

5 HHM lezen het verzoek van de reders en de betrokken kooplieden van de schepen van Claes Coote uit Vlissingen en van Jochim Jansz.. Beide schepen en de lading zijn, respectievelijk op de terugweg naar het vaderland en tussen Ierland en Livorno, door de Turken gekaapt en in Algiers opgebracht.
De vergadering verleent de supplianten voorschrijven aan agent Coij om op alle manieren de vrijlating van de schippers en hun bemanning en het vrijgeven van de schepen en de lading te verkrijgen. Tevens moet hij van de bassa aldaar een paspoort proberen te krijgen voor beide schippers om hun reis met zo min mogelijk gevaar van de Algerijnen te kunnen voortzetten.