21/04/1629, 8

21/04/1629, 8

8 Noortwyck, Beaumont en Ploos hebben de graaf zu Schwarzenberg nog gewezen op de pogingen die overste Keteler ondernomen heeft - zowel door schriftelijke tussenkomst van HHM, als door hun gezanten in Zweden, Polen en bij andere bondgenoten en zelfs in persoon - om van de keurvorst in Pruisen en elders de betaling van zijn openstaande rekeningen, vergoedingen, achterstallige soldij en beloofde beloningen voor zijn lange staat van dienst te verkrijgen. Wat betreft de lichting in 1621 van een infanterieregiment van vijftienhonderd man voor de verdediging en de bezetting van de onversterkte dorpen en steden in het Land van Kleef, Gulik [J├╝lich], Berg, Mark en Ravenstein gaat het om een bedrag tussen de 60.000 en 70.000 gld. Hiervoor heeft hij reeds 28.375 pond ontvangen van HHM krachtens de ordonnantie d.d. 25 jan. 1623.
De genoemde gedeputeerden hebben, overeenkomstig de resolutie d.d. 18 april, de graaf verzocht ervoor te zorgen dat overste Keteler zo spoedig mogelijk betaald wordt voor dit regiment. Anders zien HHM geen reden waarom zij niet zouden uitkijken naar manieren om de overste schadeloos te stellen. Schwarzenberg heeft hierop geantwoord dat Keteler volgens hem reeds betaald was, maar dat het niet aan hem was daarover te beslissen, mocht dat inderdaad nog niet gebeurd zijn. De overste moet in dat geval zijn rekeningen komen vereffenen met de Rekenkamer van Emmerik [Emmerich] tegen het geld dat keurvorst nog van hem tegoed heeft voor de belening van het tolhuis en voor andere zaken. Als uit die vereffening een grote discrepantie zou blijken en de overste inderdaad nog geld moet krijgen, dan moet hij dit van de keurvorst terugvorderen.
Rekening houdend met de missive van HHM aan de Kleefse stadhouder en raden in Emmerik d.d. 1 dec. 1628, die geen resultaat heeft opgeleverd, en met de beslissing, tot tweemaal toe genomen, deze resolutie te handhaven, besluit de vergadering dat overste Keteler, zoals vastgesteld in die resolutie, 32.000 gld. betaald zal worden uit de restanten van de contributies van het Land van Kleef et cetera, die bestemd zijn om de genoemde soldaten te betalen. Controleur Retzer wordt gemachtigd dit bedrag en de eerdergenoemde 28.375 pond te innen en te ontvangen uit de restanten van de contributies. Hij moet hiervoor verantwoording afleggen aan HHM en overste Keteler.