08/05/1629, 12

08/05/1629, 12

12 De voormalige ontvanger-generaal Johan Doublet legt HHM twee aan de RvS gerichte brieven voor. De eerste brief d.d. 4 mei, is van gouverneur Rihoven van Bergen op Zoom en handelt over de moeizame en trage vordering van de bouw van het fort De Rovere en over hetgeen verder nog nodig is voor de nieuwe forten. De tweede brief d.d. 5 mei is van commandant Wingerden van Steenbergen en handelt over de gebreken aan de batterijen en vereisten aan de nieuwe bolwerken. Doublet deelt namens de RvS mee dat geen regelingen getroffen kunnen worden zolang Zeeland de verschuldigde 18.750 gld. niet opbrengt. Holland heeft zijn aandeel in de fortificatiewerken wel betaald, conform het tussen de beide provincies gesloten verdrag. In de resolutie van HHM d.d. 22 april 1628 hebben ze toegezegd het geld te lenen ten behoeve van de Generaliteit.
HHM zullen de Staten van Zeeland in een ernstig schrijven manen tot prompte betaling van de verschuldigde 18.750 gld. Ook moeten zij geld blijven verschaffen ter betaling van de werken, conform hun akkoord met Holland.
Doublet deelt naar aanleiding van het op 2 mei aan de RvS overhandigde rekest van de aannemers van de nieuwe werken in Steenbergen en aan het fort Blauwgaren mee, dat geen enkele provincie iets betaald heeft. Sterker nog, sinds 1626 heeft hij op de consenten voor fortificatiewerken helemaal niets ontvangen.
Deze zaak wordt uitgesteld.