24/05/1629, 5

24/05/1629, 5

5 Luitenant-admiraal Heyn deelt mee dat hij met zijn schepen klaar is om uit te varen, maar hij vreest voor een tekort aan manschappen. Hij verzoekt de twee veroverde scheepjes uit Oostende, waarvan één in Zeeland en het ander in Amsterdam is opgebracht, te mogen uitrusten. Hij wil deze onder zijn vlag op de kust van Vlaanderen als zogenaamde "bedriegertjes" inzetten tegen de vijand.
HHM wensen de luitenant-admiraal geluk. Ze vragen hem het landsbelang voor ogen te houden en hen geregeld op de hoogte te houden van de gebeurtenissen op zee. HHM zullen de twee betrokken Admiraliteiten verder schrijven de veroverde scheepjes uit te rusten en naar de kust van Vlaanderen te sturen om ingezet te worden in dienst van het land.