16/06/1629, 17

16/06/1629, 17

17 Bruninxs rapporteert dat hij conform de resolutie d.d. 12 juni de missive van luitenant-admiraal Heyn d.d. 7 juni heeft onderzocht. Wat betreft de ontbrekende schepen voor de kust van Vlaanderen van de Admiraliteit te Amsterdam , van die in Zeeland en in het Noorderkwartier waarvoor HHM reeds maatregelen hebben genomen, meldt de brief ten eerste dat in de inbraken voor Duinkerke een koninklijk schip uit Engeland is aangekomen met aan boord een gedeputeerde die in die stad van boord is gegaan. Enkele andere opvarenden zijn 24 uur aan land gebleven. Ten tweede heeft een Schot die zich uitgeeft als agent van de koning van Groot-Brittanniƫ in Duinkerke verzocht de sloepen waarmee hij zijn gevangenen naar Engeland wil overbrengen te laten doorvaren zonder gehinderd te worden door schepen van Heyn. Ten derde heeft Heyn op aanschrijven van agent Mibaisen twee binnenvaartuigen die als gevolg van het jagen door zijn schepen gestrand waren, teruggegeven. Ten vierde stelt hij een advies over de staat van het Scheurtje [Kanaal van Mardijck] uit totdat hij meer inlichtingen heeft kunnen vergaren.
HHM antwoorden ten eerste dat zij de Admiraliteiten in een vermanend schrijven hebben opgedragen in de ontbrekende schepen te voorzien. Ten tweede moet Heyn alle vaart door koopvaardijschepen op en uit de Vlaamse havens beletten, alsmede het overbrengen van gevangenen. Ten derde moet hij alle veroverde binnenvaartuigen naar de Admiraliteiten sturen, die zullen onderzoeken of het rechtmatige buit is. Het overgrote deel van deze schepen bedrijft immers sluikvaart tussen Calais en de Vlaamse havens. Ten vierde is dit het beste moment om de zinkschepen daarheen te halen om in het Scheurtje te laten zinken, nu er geen vijandelijke schepen liggen.