10/07/1629, 20

10/07/1629, 20

20 HHM lezen het rekest van de ingelanden van het Westland en de Sint Omcommerspolder bij Steenbergen, waarin zij schrijven op 20 mei 1628 van HHM een octrooi te hebben gekregen met de toestemming het geld voor de aanleg van een kadijk om te slaan en volgens het dijkrecht te innen. Deze dijk moet hen beschermen tegen de overstroming van het kanaal waarlangs de nieuwe fortificaties bij Bergen op Zoom en Steenbergen van water voorzien worden. Volgens de inhoud van dit octrooi hebben de ingelanden reeds een voorlopige omslag van 3 gld. per gemet opgesteld. Nieuw-Vossemeer, gesteund door de Staten van Zeeland , verzet zich daartegen met het argument dat zij niet onder de genoemde omslag begrepen mogen worden. Oude Heije, Nieuwe Heije en De Heen beweren hetzelfde en zij hebben een akte van opschorting verkregen van de Raad van Brabant . Die van Halsteren houden eveneens vol dat zij niet gehouden zijn iets bij te dragen tot de aanleg van de genoemde dijk, tenminste totdat zij merken dat de overige landen die erdoor bevoordeeld worden, betalen. De supplianten verzoeken bijgevolg het octrooi te handhaven, ongeacht de opschorting en alle andere tegenstand.
HHM schrijven de Staten van Zeeland de supplianten te steunen tegen Nieuw-Vossemeer, aangezien het octrooi met kennis van zaken en met oog voor het algemeen belang is verleend. De Raad van Brabant wordt gelast de opschorting in te trekken. Dijkgraaf Dimmer krijgt een akte van autorisatie om die van Oude Heije, Nieuwe Heije, De Heen en Halsteren tot betaling van hun respectievelijke omslag, volgens het dijkrecht, te bewegen, ondanks enkele bevelen of de akte van opschorting in deze.